Het liquidatieproces Marengo met hoofdverdachte Ridouan T., dat donderdag wordt voortgezet, is inmiddels verworden tot wat lijkt op een persoonlijke strijd tussen het Openbaar Ministerie (OM) en advocaten van verschillende verdachten. Wat ging hier aan vooraf?

Tussen het OM en het gros van de advocaten in het Marengo-proces komt het niet meer goed. Het handelen van justitie is volgens raadslieden gelijk aan een "oorlogsverklaring". Het heeft niks meer te maken met onderzoeksbelangen, het is persoonlijk geworden.

Het begon allemaal met een proces-verbaal opgesteld in opdracht van het OM. Kort voor de hervatting van het Marengo-proces op 11 augustus werd dit stuk toegevoegd aan het dossier en lekte het binnen no-time uit naar de pers.

De krantenkoppen waren eenduidig. Advocaten zouden geheime informatie hebben doorgespeeld aan leden van de criminele organisatie van T. Dat is in ieder geval de suggestie in het proces-verbaal gebaseerd op communicatie toegeschreven aan criminelen.

Hieruit zou kunnen worden opgemaakt dat advocaten in een onderzoek dat in 2015 werd opgestart, 26Koper, informatie doorspeelden terwijl er nog beperkingen op de zaak zaten. Dat betekent dat onderzoeksinformatie niet gedeeld mag worden omdat dit het onderzoek kan schaden.

Het OM was minder terughoudend en concludeerde op de zitting van 11 augustus dat er inderdaad geheime informatie is gedeeld en noemde daarbij onder anderen de namen van Christian Flokstra en Yassine Bouchikhi. Raadslieden die ook in het Marengo-proces verdachten bijstaan.

Voor deze liquidaties wordt Ridouan T. vervolgd
120
Voor deze liquidaties wordt Ridouan T. vervolgd

Volgens de advocaten gaat het om kwade opzet

Zowel Flokstra als Bouchikhi reageerden furieus op het betoog van het OM. Waarom moest het op deze manier? Waarom stapte het OM niet naar de deken, die toezicht houdt op de advocatuur, als er vals spel werd vermoed? Zelfs een strafrechtelijk onderzoek behoorde tot de mogelijkheden als er sprake zou zijn van een verdenking.

Nu werd het verhaal eenzijdig gebracht, werden zij naar eigen zeggen publiekelijk aan de schandpaal genageld en kunnen zij zich niet verweren in de rechtszaal omdat ze gebonden zijn aan hun geheimhoudingsplicht ten opzichte van hun cliënten.

Dit moet het OM volgens de raadslieden ook hebben geweten en daarom zou er sprake zijn van boze opzet. Het is volgens hen doelbewuste beschadiging van de betrouwbaarheid van de verdediging en zou de aandacht afleiden van het liegen van de kroongetuige over het beschikken van een telefoon op cel.

Het OM zei in hun betoog het proces-verbaal te hebben laten opstellen ter verificatie van de verklaringen van de kroongetuige. Met andere woorden, of het klopt wat Nabil B. heeft verklaard over het kunnen beschikken over geheime informatie door T. dankzij door hem betaalde advocaten.

Verhaal van volgen advocaten wordt bekend

Het is een uitleg waar de advocaten geen genoegen mee nemen en ze lieten weten nader onderzoek te willen naar de beweegredenen van het OM. Vlak voor de zitting op 27 augustus waarop ze die onderzoekswensen wilden motiveren, werd dankzij het AD bekend dat advocaten Nico Meijering en Leon van Kleef door de politie zijn gevolgd op Schiphol en hun verblijf in Dubai.

Dat was het gevolg van een tip in juni 2019 die luidde dat Meijering een afspraak had met de toen nog wereldwijd gezochte T. in Dubai. Op Schiphol bleek ook advocaat Leon van Kleef zijn kantoorgenoot te vergezellen. In Dubai werden zij in de gaten gehouden door de lokale politie in opdracht van Nederland.

Het OM heeft het schaduwen van de advocaten toegegeven, al is de uitleg tweeledig. Het landelijk parket zegt Meijering en Van Kleef als burgers te hebben beschouwd omdat zij T. niet bijstonden en daarom te hebben gevolgd. Het College van procureurs-generaal, het hoogste orgaan binnen het OM, zegt dat advocaten gevolgd mogen worden en wijst op de wet, de zogeheten aanwijzing toepassing opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen tegen advocaten.

De advocaten zijn hier op zijn zachts gezegd niet over te spreken. Niet alleen over de in hun ogen "zeer ernstige inbreuken" op de vertrouwelijkheid die advocaten genieten en "de vrijheid van personen om zich ongehinderd" tot hen te wenden, maar ook over het gevaar waar ze aan zijn blootgesteld.

De vraag om onderzoek is groot. Het is aan de rechtbank om ervoor te zorgen dat de verhoudingen in de rechtbank weer worden genormaliseerd.