Amsterdammers Oussama M. (22) en Noura O. (20), die vervolgd worden voor betrokkenheid bij het laten ontploffen van een explosief bij een woning in Rotterdam in mei, vertellen donderdag aan de rechtbank dat ze meegetrokken zijn in het delict. De explosie wordt gelinkt aan een reeks van beschietingen in Rotterdam.

De jonge vrouw heeft via een videoverbinding uitgelegd dat ze niet wist wat M. van plan was die bewuste avond van 18 mei. Hij zou haar gezegd hebben dat hij kleren wilde ophalen.

"Het was ramadan, en ik had niks te doen. Mijn relatie was ook net over", zo vertelt O. over de explosie in de Jagthuisstraat. "Ik ben in de auto gestapt en zocht er verder niks achter. Ik ben gewoon gebruikt en zo voel ik me ook."

Camerabeelden tonen aan dat de vrouw de auto heeft rondgereden in de Rotterdamse wijk, volgens haar verklaring omdat M. het voertuig onhandig had neergezet toen hij de auto verliet. Ze zou naar eigen zeggen geen weet hebben gehad van het explosief.

Ook M. schetst dat hij een pion is geweest. "Ik ben onder druk gezet en heb heel erg veel spijt", zo vertelt hij.

De man heeft bekend dat hij het explosief heeft laten afgaan, maar hij wil niet zeggen door wie hij is gedwongen. M. zegt er wel bij dat hij al een tijd werd dwarsgezeten door personen.

Een van de beschoten panden. (Foto: Opsporing Verzocht)

Geweld zou verband houden met verdwenen drugs

De man wordt niet verdacht van betrokkenheid bij de beschietingen, maar het Openbaar Ministerie (OM) denkt wel dat de zaken gelinkt zijn. Gelijktijdig met de zaken van O. en M. lopen zaken tegen mannen die ervan verdacht worden geschoten te hebben.

De aanleiding voor de schietpartijen en het plaatsen van het explosief zou een grote partij verdwenen drugs zijn. Volgens het AD gaat het om ruim 4.000 kilo cocaïne, de partij zou in Antwerpen zijn onderschept.

Er zouden namen zijn genoemd van personen die hiervoor verantwoordelijk waren. De geweldsincidenten hebben plaatsgevonden bij hun woningen of bij woningen van familieleden.