Het Openbaar Ministerie (OM) eist zeven jaar cel tegen een veertigjarige man voor het doden van zijn driejarige zoon. Het kind werd eind vorig jaar in het Noord-Willemskanaal in het Drentse Ubbena gevonden en stierf bijna twee weken later aan de gevolgen hiervan.

Paul den B. zegt dat er op 19 december 2019 sprake was van een noodlottig ongeval. Volgens de vader is het kind uitgegleden toen hij stond te plassen.

De officier van justitie betwist dit maandag tijdens de zitting en legt uit dat er "bizarre" omstandigheden zijn die wijzen op de schuld van Den B. Zo is de verdachte niet in het water gesprongen om zijn zoon te redden, omdat hij naar eigen zeggen bevroor. Ook gedroeg Den B. zich opmerkelijk tijdens het telefoongesprek met de alarmcentrale en vroeg hij een voorbijgangster die haar hond uitliet niet om hulp.

"Tegen haar zegt de verdachte dat er een ongeluk is geweest, maar rept hij met geen woord over een te water geraakt kind. Wel roept hij tegen haar dat zij haar hond bij hem weg moet houden", aldus het OM. Den B. is doodslag ten laste gelegd.

Uitgerukt ambulancepersoneel vond de jongen na dertig seconden zoeken drijvend in het water. Politieagenten sprongen erin en eenmaal op de wal begonnen ze hem direct te reanimeren. De jongen overleed op 31 december in het ziekenhuis.

Man vertoonde volgens het OM vreemd gedrag

De officier van justitie vindt het vreemd dat de vader met niemand in de buurt van Assen had afgesproken, maar op weg daarnaartoe wel vier uur met zijn zoon in de auto heeft gezeten.

Ook wijst het OM erop dat Den B. langs het kanaal is blijven rijden, terwijl het er koud en donker was en het "geen leuke plek voor een kind" is. Na de dood van de peuter zijn Den B.'s gesprekken afgeluisterd en daaruit blijkt dat hij "meer bezig is met het stichten van een nieuw gezin met zijn nieuwe vriendin dan met het verdriet over het overlijden van zijn zoon of een schuldgevoel over zijn eigen handelen".

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.