Het Openbaar Ministerie (OM) en advocaat Leon van Kleef zijn dinsdag in de zaak tegen Richard R. (beter bekend als 'Rico de Chileen') in botsing gekomen over het verstrekken van processtukken. Volgens justitie hadden getuigen dankzij Van Kleef beschikking over delen van het dossier. De advocaat zegt dat er niks is gebeurd wat niet mag.

Op 2 juni werd door de rechtbank besloten om de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen R., verdacht van onder andere drugshandel en leiding geven aan een criminele organisatie, uit te stellen. Volgens de rechter moest de verdediging alsnog in staat worden gesteld om een vijftal getuigen te horen.

Twee van die getuigen beriepen zich in eerste instantie op hun verschoningsrecht, maar bleken uiteindelijk toch bereid te verklaren. Zij werden op 10 en 25 juni gehoord.

Het OM zegt dat er tijdens de verhoren "schoorvoetend" werd toegegeven dat de getuigen over een deel van het dossier beschikten. "Van Kleef is daarin bepalend geweest", aldus de officier van justitie. Volgens het OM was er niet langer sprake van onvoorbereide getuigen en hebben "de verklaringen al hun betrouwbaarheid daarmee verloren", aldus de officier op zitting.

Van Kleef spreekt van 'gecoördineerde aanval'

Van Kleef reageert zeer ontstemd op de suggestie van het OM dat hij getuigen zou hebben beïnvloed. "Sinds een kleine week is het Openbaar Ministerie bezig met een gecoördineerde aanval en karaktermoord op bepaalde advocaten en één kantoor in het bijzonder", aldus de advocaat verwijzend naar Ficq & Partners waar Van Kleef zelf werkzaam is.

In de zaak-Marengo lekte er onlangs een proces-verbaal uit waarin werd gesuggereerd dat leden van de criminele organisatie van Ridouan T. over geheime informatie konden beschikken dankzij advocaten. Ook Van Kleef werd in dat proces-verbaal genoemd.

"Ik zie dat dit Openbaar Ministerie ook een duit in het zakje doet", aldus de raadsman. Van Kleef zegt dat hij aan de advocaat van een van de getuigen heeft laten weten dat hij vragen wil stellen waarmee die persoon zichzelf niet kan belasten.

Hij zegt dat hij slechts wilde weten of de getuigen, waarop een infiltratieactie heeft gelopen, door de politie zijn aangezet tot criminele activiteiten. Ter onderbouwing daarvan stuurde Van Kleef desgevraagd in totaal zeven pagina's aan de raadsvrouw van de getuige.

"Dit is in het belang van mijn cliënt", aldus Van Kleef. "Dat kan het OM niet welgevallig zijn, maar er is geen norm overschreden."