Slachtoffers van misdrijven of hun nabestaanden hebben recht op schadevergoedingen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld de kosten voor medische behandelingen of uitvaartkosten. Bij veel rechtszaken krijgen we op NUjij de vraag: hoe werkt dit, en wat gebeurt er als de dader zelf niet kan betalen? Een uitleg over het systeem.

In 2011 is een zogeheten voorschotregeling in het leven geroepen. Slachtoffers of nabestaanden van gewelds- en zedenmisdrijven krijgen dan acht maanden nadat het vonnis in de zaak definitief is en de dader nog niet heeft betaald, het gehele bedrag uitgekeerd.

Dat betekent dat slachtoffers of hun nabestaanden niet hoeven te wachten totdat de veroordeelde het geld bij elkaar heeft. In 2016 is deze regeling uitgebreid naar slachtoffers van andere soorten misdrijven, al zit er wel een beperking aan de hoogte van het voorschot dat zij krijgen. Dat ligt voor andere soorten misdrijven namelijk op maximaal 5.000 euro. Mocht het bedrag van de schadevergoeding hoger liggen dan dit bedrag, zal het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) uiteraard de rest van het bedrag ook nog innen voor het slachtoffer.

Sinds 2011 heeft de overheid ongeveer 55,5 miljoen euro betaald aan slachtoffers of hun nabestaanden. Het CJIB regelt dit en zorgt er ook voor dat de daders dit bedrag terugbetalen aan de overheid.

Mocht een veroordeelde niet meewerken of maar een deel terugbetalen, heeft het CJIB diverse dwangmiddelen. Zo kan via een deurwaarder beslag worden gelegd op bijvoorbeeld spaargeld of spullen en kan geld ingehouden worden op wat een gedetineerde in de gevangenis verdient met arbeid. Veroordeelden kunnen in termijnen betalen.

Tot 2018 moest nog bijna 29 miljoen euro worden terugbetaald door daders. Recentere cijfers zijn nog niet beschikbaar.

Per misdrijf is terugbetaling verschillend

Per misdrijf is het verschillend hoe snel het verschuldigde bedrag wordt terugbetaald. Mensen die veroordeeld zijn voor openlijke geweldpleging of mishandeling, betalen sneller, zo schreef minister Sander Dekker in 2018 aan de Tweede Kamer.

Na zes jaar had 95 procent van de openlijke geweldplegers en 86 procent van de mishandelaars betaald. Voor levensdelicten gaat het om 40 procent.

In 2018 is gemiddeld gezien ruim 82 procent van de schadevergoedingen volledig betaald door een dader. Dit percentage schommelt sinds 2011 tussen de 83,5 procent en de 79,1 procent.

Soms kan dader niet (volledig) terugbetalen

In sommige gevallen is het bedrag tot schadevergoeding zo hoog, dat de veroordeelde de rest van zijn of haar leven bezig is met het terugbetalen via een betalingsregeling. Soms is de kans klein dat de dader überhaupt het volledige bedrag zal aflossen.

Zo moet Jawed S., de man die vorig jaar 26 jaar cel kreeg voor de aanslag op Amsterdam Centraal, bijna 3 miljoen euro terugbetalen aan zijn slachtoffers. Dit bedrag is voorgeschoten, maar het belastinggeld komt waarschijnlijk grotendeels niet meer terug.