Het leenstelsel houdt middelbare scholieren niet tegen bij de doorstroming naar het hoger onderwijs, blijkt vrijdag uit een onderzoek dat door ResearchNed is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De onderzoekers zeggen dat de financiële toegankelijkheid van het hoger onderwijs geborgd is gebleven. Leerlingen van het havo en vwo weten "de weg naar het hoger onderwijs nog even goed te vinden als voor de invoering van het studievoorschot".

In het onderzoek staat dat leenaversie geen rol speelt bij de keuze van jongeren om te gaan studeren. Dit geldt ook voor studenten van wie de ouders zelf geen hoger onderwijs hebben gevolgd, ook al hebben zij meer aversie tegen het aangaan van een lening dan studenten met hogeropgeleide ouders.

Wel kiezen steeds minder mbo'ers ervoor om door te stromen naar het hbo, maar dat was ook voor de invoering van het leenstelsel het geval. Hier wordt nog een apart onderzoek naar gedaan. De onderzoekers wijzen erop dat de arbeidsmarkt voor mbo-studenten aantrekkelijker is geworden, waardoor mogelijk minder vaak voor het hbo wordt gekozen.

"We zien dat het stelsel over de breedte goed functioneert, maar de dalende doorstroom vanuit het mbo is een zorgpunt", zegt onderwijsminister Ingrid van Engelshoven. "Het nu lopende onderzoek moet aantonen in hoeverre het studievoorschot hier een oorzaak van is."

Basisbeurs maakte in 2015 plaats voor leenstelsel

Studenten kunnen sinds 2015 een studievoorschot aanvragen. Voordat dit leenstelsel werd ingevoerd, ontvingen studenten een basisbeurs. Dit bedrag werd omgezet in een gift, mits ze binnen tien jaar hun diploma haalden. De aanvullende beurs voor studenten uit gezinnen met lagere inkomens bleef wel bestaan.

Er was in de afgelopen jaren veel kritiek op het nieuwe stelsel. Niet alleen omdat de gemiddelde studieschuld en het aantal studenten met een studieschuld steeg, maar ook vanwege zorgen dat jongeren uit armere gezinnen minder snel voor het hoger onderwijs kiezen.