Roy B., die ervan verdacht wordt de omgekomen Orlando Boldewijn in 2018 aan zijn lot te hebben overgelaten, zegt maandag in de rechtbank van Den Haag zich nog maar weinig te kunnen herinneren. Eerdere verklaringen bij de politie dat hij de jongen in het water heeft zien liggen, zou hij onder druk hebben afgelegd.

De toen zeventienjarige jongen verdween in de nacht van 18 op 19 februari 2018 en zijn lichaam werd op 26 februari gevonden in de Haagse plas de Blauwe Loper. B. wordt verdacht van mishandeling met de dood tot gevolg dan wel dood door schuld.

B. en Boldewijn hadden destijds afgesproken via de datingapp Grindr en brachten de avond door op het visserseilandje van de verdachte in de Blauwe Loper. Rond middernacht zette de verdachte de jongen af aan de kade met zijn bootje.

Volgens B. zou Boldewijn teruggaan naar zijn woonplaats Rotterdam, maar op camerabeelden is te zien dat de jongen in de buurt bleef ronddolen. Hij stuurde een bericht naar de verdachte waar hij was en toen hij later die nacht een man tegenkwam, zei hij dat hij plots was afgezet en op zoek was naar Roy.

Vraag blijft wat er precies is gebeurd

De vraag is wat er precies is gebeurd rond 1.06 uur die nacht. Aan de sterke daling van de temperatuur van de batterij van de telefoon van Orlando is te zien dat hij rond die tijd in het water zou zijn beland. Hoe is onduidelijk.

B. heeft tegenover de politie verschillende verklaringen afgelegd dat hij Boldewijn in het water heeft zien liggen, maar dat hij in paniek raakte en niks deed. In de rechtbank zegt hij daar nu over dat hij is gaan vertellen wat de politie wilde horen. Wel was hij die nacht in paniek, maar waarom precies weet hij niet meer.

Geconfronteerd met verklaringen van personen tegenover wie hij ook zou hebben gezegd dat hij Boldewijn nog heeft gezien, zegt B. dat de getuigen liegen. Waarom hij na de vermissing van Boldewijn nooit de politie heeft gebeld, kon hij niet uitleggen.

Advocaat Sébas Diekstra, die de moeder van Orlando bijstaat, was zeer kritisch op de verklaring van B. op zitting. "Op 21 augustus 2017 zou de verdachte nog een drenkeling hebben gered uit het water en dan verklaart hij nu opeens dat hij niet wist wat hij moest doen? Dat komt totaal ongeloofwaardig over."

Geen slijk onder en in schoenen van slachtoffer

Uit forensisch onderzoek is gebleken dat Boldewijn niet vanaf de kant het water is ingelopen. Er is namelijk geen slijk gevonden onder en in zijn schoenen.

Het lichaam van Boldewijn is vlak bij het eiland van de verdachte gevonden. Het water was destijds 1 graad en de vraag is of Boldewijn in die temperatuur nog ruim 50 meter, de afstand naar de kant, heeft kunnen zwemmen.

Donderdag zal de strafeis tegen de man worden uitgesproken.