In discussies over etnische profilering, onder meer op ons reactieplatform NUjij, worden cijfers aangehaald waaruit blijkt dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond vaker worden verdacht van criminaliteit dan andere Nederlanders. "Zolang bepaalde bevolkingsgroepen zich vaker misdragen, mogen zij ook vaker worden gecontroleerd", is een van de argumenten. Maar hoe moet je deze cijfers interpreteren?

Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die worden gebruikt, blijkt dat vorig jaar 2,4 procent van de Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond werd verdacht van een misdrijf. Onder inwoners met een Nederlandse achtergrond was het aandeel (0,7 procent) ruim drie keer zo klein.

Ook onderzoek uit 2017 laat zien dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond relatief vaker vertegenwoordigd zijn in de strafrechtketen.

Op basis van deze cijfers worden stevige conclusies getrokken. Zo wordt beweerd dat bepaalde bevolkingsgroepen crimineler van aard zijn.

Zo makkelijk kun je dat niet stellen, zegt Roel Jennissen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Hij is gespecialiseerd in de integratie van etnische minderheden en criminaliteitstrends. "Er bestaat geen criminaliteitsgen", benadrukt Jennissen.

Ongunstige demografische en sociaal-economische factoren

Dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond in de criminaliteitscijfers oververtegenwoordigd zijn, komt voornamelijk door (ongunstige) demografische en sociaal-economische factoren, zoals woonomgeving en inkomen, legt Jennissen uit. "Als je deze groep vergelijkt met een soortgelijke groep Nederlanders met dezelfde kenmerken, dan is er bijna geen verschil meer te zien."

Toch is er bij twee groepen wel een verschil waar te nemen. Zowel onder tieners en jonge mannen met een Marokkaanse achtergrond als onder mannen tot 45 jaar met een Antilliaanse achtergrond is het cijfer hoger dan onder andere Nederlanders met vergelijkbare kenmerken.

Onderzoek wijst uit dat dit deels door culturele dissonantie komt. Dit houdt in dat jongens met een Marokkaanse achtergrond zich mogelijk zowel in de Nederlandse als de Marokkaanse cultuur niet thuis voelen, waardoor ze beide culturen laten vallen en sneller ontsporen. "In de statistieken is te zien dat zodra ze ouder worden de vertegenwoordiging in de criminaliteit snel afneemt", aldus Jennissen.

Bij mannen met een Antilliaanse achtergrond is een ander fenomeen te zien. Bij die groep is criminaliteit juist onder oudere mannen een groter probleem. "Dat heeft te maken met de zogeheten matrifocale gezinsstructuur, waarin vrouwen de kinderen vaak alleen opvoeden en de mannen als het ware een nomadisch bestaan hebben. Dit terwijl het hebben van een gezin een factor is die criminaliteit vermindert."

Ook etnische profilering leidt tot overrepresentatie

Maar bij het interpreteren van cijfers over criminaliteit moet niet alleen rekening worden gehouden met demografische, sociaal-economische en culturele verschillen. Er zijn meer factoren die de overrepresentatie van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond kunnen verklaren, zoals etnische profilering.

Etnische minderheden worden door de politie vaker onderworpen aan politiecontroles dan witte Nederlanders. Volgens een rapport van Amnesty International Nederland wijst veel onderzoek erop dat de politie in Nederland proactief etnisch profileert.

Dit kan ertoe leiden dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond ook vaker als verdachte worden geregistreerd. Deze overrepresentatie in de cijfers kan vervolgens weer leiden tot nog meer etnische profilering. Het werkt als een vicieuze cirkel.

In een recenter onderzoek uit 2016 onder vier politieteams blijkt dat agenten inderdaad vaak stereotypen gebruiken om - zoals zij dat zelf noemen - "boeven te kunnen vangen". Van bewuste discriminatie is volgens het rapport geen sprake, maar bijna de helft van de staandehoudingen van mensen met een niet-Nederlands voorkomen was niet 'objectief en redelijk' te rechtvaardigen.

Dat Nederlanders met een niet-westerse achtergrond anders worden behandeld, is overigens ook te zien in de rechtspraak. Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat daders met een migratieachtergrond voor gelijke feiten vaker en zwaardere gevangenisstraffen opgelegd krijgen dan andere Nederlanders.

Politie erkent de problemen

De politie heeft deze etnische profilering erkend. Voormalig korpschef Erik Akerboom sprak in de Volkskrant van een "groot probleem binnen het korps".

De oververtegenwoordiging is bij bepaalde groepen dermate groot, dat etnisch profileren door de politie deze bij lange na niet volledig kan verklaren, aldus Jennissen.

"Het heeft ook te maken met de aangiftebereidheid van de bevolking. Het grootste deel van de verdachten komt namelijk in beeld dankzij aangiften en meldingen van burgers. Het kan zijn dat burgers sneller naar de politie bellen wanneer er bijvoorbeeld een Marokkaanse Nederlander bij betrokken is."