Anton de Kom (1898-1945) is als eerste Surinamer opgenomen in de Canon van Nederland. Wie was deze vrijheidsstrijder en verzetsheld?

De Kom werd op 22 februari 1898 geboren in Paramaribo als zoon van een voormalige slaaf. Hij behaalde zijn boekhouddiploma en maakte in 1920 de oversteek naar Nederland. Hoewel de slavernij officieel was afgeschaft, was het koloniale systeem nog steeds aan de orde van de dag. De twintiger hoopte in Nederland een beter leven op te bouwen.

De Kom woonde eerst in Amsterdam, maar verruilde de hoofdstad na enige tijd voor Den Haag. Na een jaar in het leger kreeg hij een baan als vertegenwoordiger van de koffiebranderij waar hij de liefde van zijn leven ontmoette, Petronella Borsboom. Ze trouwden in 1926 en kregen vier kinderen.

De Kom kwam in Nederland op voor de emancipatie en burgerrechten van Surinamers. Zo hield hij lezingen op scholen over het Nederlandse slavernijverleden, schreef hij politieke essays en ging hij naar communistische en antikoloniale bijeenkomsten. Hierdoor kwam hij bij de veiligheidsdiensten in beeld.

Met zijn nieuwe kennis vertrok De Kom in 1932 met zijn gezin naar Suriname met het doel zich daar in te zetten tegen de uitbuiting van zogenoemde contractarbeiders. Deze arbeiders leverden zwaar werk en zaten vast aan contracten die hen nauwelijks iets opleverden.

Anton de Kom met zijn vrouw en een van hun kinderen. (Foto: Nationaal Monument Kamp Vught)

Grote onrust na arrestatie van De Kom

De Koms plan was om lezingen te houden, maar deze werden verboden door de lokale autoriteiten die ingelicht waren vanuit Den Haag. De Kom richtte uiteindelijk een adviesbureau op, waar hij de aandacht trok van vele arbeiders. De autoriteiten vreesden echter voor politieke onrust en besloten hem te arresteren.

Duizenden arbeiders besloten steun te betuigen aan De Kom door zich te verzamelen bij de gevangenis waar hij werd vastgehouden. Dit liep op 7 februari 1933 uit de hand. De veiligheidsdiensten openden het vuur. Er vielen twee doden en 22 gewonden.

Na drie maanden in de gevangenis werden De Kom en zijn gezin in het geheim Suriname uitgezet. Eenmaal terug in Nederland deinsde hij niet terug voor de veiligheidsdiensten. Zijn strijd ging onverminderd door. In 1934 publiceerde hij Wij slaven van Suriname, een boek waarin de Surinaamse geschiedenis voor eerst vanuit een antikoloniaal oogpunt werd beschreven.

De Kom overleed in concentratiekamp

In het jaar dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak sloot De Kom zich aan bij het communistisch verzet. Hij schreef artikelen voor de illegale verzetskrant De Vonk en was ook een schakel in de distributie van de illegale pers.

De Kom bleef verzetsactiviteiten uitvoeren nadat een groot deel van het Haagse verzet werd opgepakt. Hij werd zelf op 7 augustus 1944 aangehouden en vastgezet in het Oranjehotel in Scheveningen, waar destijds veel verzetsstrijders gevangengehouden werden.

De Kom werd naar verschillende concentratiekampen gestuurd. Hij overleed op 24 april 1945 in het Duitse kamp Sandbostel. De vrijheids- en verzetsstrijder werd 47 jaar. Zijn lichaam werd in 1960 geïdentificeerd, nadat het was gevonden in een massagraf.

Er wordt een speelfilm over zijn leven gemaakt

De Kom kreeg zijn laatste rustplaats op de erebegraafplaats in Loenen. Hij kreeg in 1982 postuum een Verzetsherdenkingskruis en in 2006 een monument op een naar hem genoemd plein in Amsterdam. Wij slaven van Suriname, dat in de jaren zestig werd herontdekt door studenten, wordt nog altijd uitgegeven.

Producent Moving Dreams werk momenteel aan een speelfilm over het leven van De Kom.