Het kabinet krijgt extra tijd voor de repatriatie van een Syriëganger die vastzit in een kamp in Syrië. Aanvankelijk moest dat medio mei al gebeuren van de rechtbank Rotterdam. Mede doordat justitieminister Ferd Grapperhaus heeft laten weten dat "vervolging in Nederland de voorkeur geniet", krijgt de Nederlandse Staat zes maanden extra voor de operatie.

De zaak die de rechtbank Rotterdam behandelt, draait vermoedelijk om Ilham B. Zij vertrok in maart 2016 om zich aan te sluiten bij de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) en wordt verdacht van het plegen van een terroristisch misdrijf.

Als zij niet wordt teruggehaald voor het proces, moet de rechtbank Rotterdam de vervolging stopzetten. De Staat kan niet nogmaals een zaak starten voor hetzelfde feit. Als de zaak uiteindelijk wordt stopgezet, kan dat van invloed zijn op de vervolging van tientallen andere IS-sympathisanten.

Het kabinet heeft altijd ingezet op vervolging in de regio. Repatriëring zou vanwege de onveilige situatie in Syrië niet haalbaar zijn. Bovendien zouden de Syriëgangers een gevaar voor de nationale veiligheid vormen.

In een Kamerbrief lijkt het kabinet in deze zaak van standpunt te zijn veranderd. Minister Grapperhaus schrijft dat de voorkeur in dit geval uitgaat naar berechting in Nederland.

'Gebied waarin Syriëganger zich bevindt, is te onveilig voor repatriëring'

Het blijft nog wel de vraag hoe de Syriëganger naar Nederland komt. De repatriëring van B. blijft moeilijk, schrijft Grapperhaus. "De veiligheidssituatie is sinds september vorig jaar niet wezenlijk verbeterd. IS blijft actief en pleegt geregeld aanslagen."

Mede daardoor acht het kabinet het onverantwoord om een team naar Syrië te sturen om de IS-sympathisant terug te halen. De optie om haar alsnog in de regio te berechten, wordt daarom nog opengehouden.