Verzetsstrijdster Betty Goudsmit-Oudkerk is zondag op 96-jarige leeftijd overleden. Ze was een van de laatste nog levende voormalige personeelsleden van de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Het personeel wist met gevaar voor eigen leven honderden Joodse kinderen te redden van deportatie.

Haar overlijden werd bekendgemaakt door uitgeverij Amphora Books.

Betty Goudsmit was een tiener toen ze werkte in de crèche tegenover het theater waar Joodse burgers zich moesten melden om vervolgens afgevoerd te worden. De Duitsers brachten de baby's naar de crèche, omdat zij niet door het gehuil gestoord wilden worden.

Dit bood het personeel van de crèche de mogelijkheid om honderden baby's te laten onderduiken. "Ik heb gedaan wat ik kon", zei ze in een eerder dit jaar verschenen interview met de Libelle. Dit was haar laatste interview.

'Zingen is een heel goede afleider voor verdriet'

De werknemers van de crèche moesten onopvallend te werk gaan om geen argwaan te wekken bij de Duitsers, vertelde Goudsmit in 2016 aan AT5. "Dan stond ik voor de deur en dan ging ik met de kinderen wandelen. En dan liepen we naar de Portugese sjoel, om de hoek tegenover ARTIS. En dan liet ik ze daar achter."

Goudsmit bood de kinderen afleiding zodat ze niet hoefden te denken aan hun ouders, waar ze ruw en abrupt van gescheiden waren. "Ik heb pianogespeeld en met de kinderen gedanst en gezongen. Zingen is een hele goede afleider voor verdriet, weet je."

Enkele jaren geleden wilde Betty pas praten over de oorlog

Zelf verloor ze tijdens de oorlog haar moeder, oma en twee broers. Vorig jaar legde ze tijdens de Nationale Dodenherdenking nog een krans bij het Nationaal Monument op de Dam.

De vrouw sprak tot een paar jaar geleden nooit over haar oorlogservaringen. Op aandringen van haar kinderen liet ze haar verhaal toch optekenen in het boek Betty: een joodse kinderverzorgster in verzet. Het eerste exemplaar werd in 2016 overhandigd aan toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan.