Een commissie van lectoren gaat onderzoeken in hoeverre vragen in de toelatingstoets geschiedenis voor de pabo zijn gekleurd door "westerse vooringenomenheid". Dit zou een obstakel kunnen zijn voor potentiële pabostudenten met een niet-westerse achtergrond, zegt de projectleiding maandag tegen NU.nl.

Het onderzoek is een initiatief van de Vereniging Hogescholen, Cito en het Landelijk Overleg Leraren Basisonderwijs (LOBO). Het project volgt op een verzoek van de Tweede Kamer, die graag wil weten waarom er bij de toets zoveel uitval is van potentiële studenten met een niet-westerse achtergrond die zich wel inschrijven voor deze docentenopleiding.

De toelatingstoets voor de pabo is een aantal jaren geleden in het leven geroepen om te garanderen dat nieuwe studenten een bepaald kennisniveau hebben. Tijdens de opleiding kunnen zij zich dan helemaal richten op de verwerving van didactische en pedagogische kennis.

Een eerste evaluatie wees uit dat studenten met een migratieachtergrond vaker afhaken of afvallen dan andere studenten. Dit viel op doordat deze groep met een migratieachtergrond qua opleidingsniveau en behaalde diploma's wel een groot aantal docenten zou kunnen voortbrengen.

'Vragen bevatten mogelijk culturele vooringenomenheid'

Uit dit onderzoek rees onder meer de vraag of dit mede te maken kan hebben met een vooringenomenheid in de vragen van de toets. Het gaat dan bijvoorbeeld om vragen over de visies op het verleden van Nederland.

"Dit kan mogelijk gaan om een bepaalde culturele vooringenomenheid", stelt projectleider Arie Vonk. "Maar ook om een talige vooringenomenheid. Bevatten de vragen formuleringen of inhoud waar sommige niet-westerse studenten last van hebben?"

De nieuwe toets kent extra onderzoeksvragen

De nieuwe lichting potentiële pabostudenten gaat komend najaar de toelatingstoets doen. De onderzoekers voegen hier eenmalig een aantal vragen aan toe om te kunnen constateren of voor een bepaalde groep studenten sprake is van een storende "westerse vooringenomenheid".

Met deze kennis gaan de onderzoekers vervolgens bepalen of de toetsvragen inhoudelijk of taalkundig moeten worden aangepast.

Vonk kan niet zeggen of de conclusies van dit onderzoek ook impact zullen hebben op de teksten in bijvoorbeeld de Cito-toetsen of eindexamens die leerlingen voorgeschoteld krijgen. Deze vraag wordt mogelijk gesteld als de uitkomst van dit eerste onderzoek bekend is.

Canon van Nederlandse geschiedenis wordt ook herzien

Ook de onderwerpen in de canon van Nederland zijn recent grondig tegen het licht gehouden. De overheid kwam veertien jaar geleden met richtlijnen voor de kennis van de vaderlandse geschiedenis die leerlingen tijdens hun schoolcarrière in elk geval moeten opdoen. Veel leermethodes en -boeken in zowel het basis- als voortgezet onderwijs maken daar gebruik van.

"De geschiedenis, de maatschappij en de wetenschap zijn inmiddels veertien jaar verder", legt wetenschapper Hubert Slings van de herijkingscommissie uit. "In die periode zijn we anders tegen bepaalde onderwerpen aan gaan kijken. Het was vanaf de introductie ook de bedoeling dat we met regelmaat zouden gaan kijken of er onderwerpen in de canon herzien moeten worden."

'Er moet meer ruimte komen voor de schaduwkanten'

De vernieuwde canon wordt volgende week maandag gepresenteerd. Slings wil inhoudelijk nog niets prijsgeven over de herijking. Maar onderwijsminister Ingrid van Engelshoven stelde eerder al dat in de aangepaste canon meer ruimte moest komen voor de "schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis". Slings beaamt dat zaken als historisch racisme en slavernij zeker tot die schaduwkanten behoren.

Voorzitter Barbara de Kort van het LOBO juicht het toe als er kritisch wordt gekeken naar de manier waarop dergelijke onderwerpen aan bod komen op scholen.

"Racisme en het koloniale verleden van Nederland krijgen absoluut al veel aandacht", stelt ze met klem. "Maar het is een relevante vraag of we andere accenten moeten gaan leggen. Ons verleden kent zwarte pagina's waar we de leerlingen heel bewust ook over moeten vertellen."