Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vrijdag in de rechtbank van Leeuwarden betoogd dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant nodig was om tot een besloten club als de Hells Angels te kunnen doordringen. In totaal werden vijf infiltranten ingezet.

In maart maakte het OM bekend dat voor de arrestatie van een groep mannen is gebruikgemaakt van een criminele burgerinfiltrant (cbi). De negen mannen zouden bij de internationale handel in drugs betrokken zijn.

Cbi's mogen alleen onder strikte voorwaarden ingezet worden. Dit heeft alles te maken met de IRT-affaire in de jaren negentig.

In die tijd werden onder toeziend oog van justitie met hulp van criminele infiltranten drugs doorgelaten. Zo hoopte het OM zicht te krijgen op wie de nieuwe hoofdrolspelers in het criminele milieu waren na de dood van Klaas Bruinsma in 1991.

De infiltranten maakten echter misbruik van de situatie: de drugs belandden alsnog op de markt en er werd flink aan verdiend. De inzet van cbi's werd vervolgens verboden, maar in 2014 weer toegestaan.

Infiltranten kochten drugs

In het onderzoek naar de groep mannen, van wie twee lid zijn van de Hells Angels en een van de supportersclub de Red Devils, werd onder meer zo'n 86 kilo speed in beslag genomen. Ook zouden ze de smokkel van 300 kilo cocaïne hebben voorbereid. Verder zijn bij invallen wapens aangetroffen.

De burgerinfiltrant, die A-4110 wordt genoemd, won het vertrouwen van het lid van de Red Devils met een zogenoemde pseudokoop van een grote partij drugs. Al snel werd duidelijk dat de verdachten zonder de infiltrant geen zaken meer met nieuwe contacten deden. Hem vervangen door een undercoveragent had volgens het OM geen zin.

De andere vier infiltranten waren een gepensioneerde agent en drie buitenlandse agenten. Ook zij kochten drugs aan.

De verdediging van de negen mannen die vrijdag tijdens een eerste inleidende zitting terechtstonden, betwijfelt of de inzet van de burgerinfiltrant noodzakelijk was.