Basisschoolleerlingen en middelbare scholieren die een leerachterstand hebben opgelopen door de coronacrisis, kunnen worden geholpen door studenten, maakt het ministerie van Onderwijs donderdag bekend. Ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven hebben hierover afspraken gemaakt met de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Vereniging van Hogescholen (VH).

Het kabinet stelde onlangs 244 miljoen euro beschikbaar, geld dat scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs kunnen inzetten om door het coronavirus opgelopen achterstanden weg te werken. Dit moet dus mede gebeuren door de inzet van studenten van pedagogische studies en lerarenopleidingen.

Een deel van de leerlingen heeft een achterstand opgelopen door de coronacrisis, schrijven de ministers. Deze leerlingen kunnen hulp krijgen in de vorm van onder meer zomerscholen en bijlessen, waar studenten de scholen bij helpen. Op die manier doen de studenten extra praktijkervaring op, kunnen ze extra studiepunten verdienen en hebben ze wat extra inkomsten, schrijven de ministers.

"Het is belangrijk dat we met elkaar samenwerken om de gevolgen van deze coronacrisis op te vangen", aldus minister Van Engelshoven. "Studenten van lerarenopleidingen kunnen scholieren goed helpen om eventuele achterstanden in te halen en krijgen zo zelf extra bagage mee."

De afspraken moeten de komende tijd nog nader worden uitgewerkt en kunnen per onderwijsinstelling verschillen. In Amsterdam, Leiden en Utrecht werken scholen al aan de uitwerking van een plan waarbij studenten van lerarenopleidingen worden ingezet om de leerachterstand van scholieren weg te werken. Voor het nieuwe schooljaar wordt onderzocht of deze initiatieven landelijk kunnen worden ingezet.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.