De adoptie van de inmiddels 28-jarige Dilani Butink uit Sri Lanka was geen kwestie van een kind in nood. "Het was gewoon business", zo stelt de advocaat van de vrouw in een civiele zaak die is aangespannen om de Staat en bemiddelingsorganisatie Kind en Toekomst aansprakelijk te stellen voor de adoptiefraude.

De Nederlandse adoptieouders van Butink reisden in 1992 naar Sri Lanka om een meisje te adopteren. Deze adoptie ging onverwacht niet door en na een week werd Butink, toen één of twee dagen oud, plotseling aan het stel aangeboden.

Pas jaren later kwam de vrouw erachter dat het papierwerk niet in orde was. Experts hebben bevonden dat de handtekening op haar geboorteakte van een ander persoon afkomstig is dan de handtekening op de afstandsverklaring.

Ook het ziekenhuis waar ze volgens de aan haar verstrekte gegevens geboren was, had Butink niet in het geboorteregister staan. "Het beeld dat rijst is niet dat van een kind in nood. Maar dat van het zoeken van een baby voor de adoptieouders. Dat is business", zo betoogde de advocaat van de vrouw bij de rechtbank in Den Haag.

Volgens de advocaat is de adoptieouders weinig te verwijten, omdat zij ervan uit hadden moeten kunnen gaan dat de bemiddeling voldoende werd gecontroleerd door de Staat. Het is Butink, ondanks meerdere pogingen, nog niet gelukt haar biologische ouders te vinden.

De vrouw stelt zelf met veel vragen te leven. "Van wie heb ik mijn neus, van wie heb ik mijn ogen? Dat klinkt heel simpel, maar het is heel erg belangrijk voor me", zo schetst Butink. Ze stelt dat haar goede band met haar adoptieouders niets afdoet aan de zaak.

Om het verhaal kracht bij te zetten werd verteld over hoe sommige adopties in het land in die tijd verliepen. Zo waren er Sri Lankaanse bemiddelaars die amper gecontroleerd werden en veel geld verdienden met het koppelen van baby's aan adoptieouders. Er is een foto getoond van baby's die op de grond in hun eigen uitwerpselen lagen. "Kind en Toekomst heeft nooit voldaan aan de verplichting om goed onderzoek te doen."

Staat beroept zich op verjaring

De advocaat van de Staat beroept zich op de verjaringstermijn, die op twintig jaar staat. Daarmee zou Butink in 2012 de Staat verantwoordelijk hebben moeten stellen. Mocht de rechter dit niet overnemen, dan stelt de advocaat dat "het handelen van de autoriteiten in Sri Lanka niet leiden tot enige aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat". Zo was er in die tijd "geen zorgplicht van de Staat" voor Butink.

Kind en Toekomst stelt daarnaast dat er ook veel adopties goed verliepen. De advocaat zegt namens de organisatie dat er een "eenzijdig beeld" wordt neergezet. Daarbij zou de rol van Kind en Toekomst beperkt zijn geweest in de adoptie van de vrouw.

De directeur voegde hier in een persoonlijke noot aan toe dat het horen van het verhaal van Butink haar heel veel pijn heeft gedaan en dat ze met de beste bedoelingen was gestart met het bemiddelen van adopties.

Vrouwen werden naar 'babyfarms' gelokt

In een uitzending van Zembla in 2017 werd onthuld dat arme vrouwen op grote schaal tegen betaling naar zogeheten 'babyfarms' werden gelokt en zwanger werden gemaakt. Na de bevalling werd het kind weggenomen of kreeg de moeder te horen dat haar baby was overleden, maar in werkelijkheid was het kind verkocht.

Er loopt momenteel een onderzoek naar illegale adopties van buitenlandse kinderen door Nederlanders. De mogelijke betrokkenheid van Nederlandse overheidsfunctionarissen wordt hierbij ook bekeken. Het onderzoek richt zich op adopties uit Brazilië, Colombia, Indonesië, Sri Lanka en Bangladesh.

Kind en Toekomst maakte in oktober vorig jaar bekend om dit jaar te stoppen met het optreden als bemiddelingsorganisatie omdat is geconstateerd "dat dit steeds minder noodzakelijk is".

De rechtbank in Den Haag doet 9 september uitspraak in de zaak.