Het tekort aan leraren in verschillende onderwijssectoren blijft onverminderd hoog, zo stelt de onderwijsinspectie woensdag in het jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs. Daarbij zijn er dit jaar meer scholen die onvoldoende of zeer zwak uit de beoordeling komen dan vorig jaar.

Het aantal vacatures in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en mbo is ongeveer gelijk gebleven aan vorig jaar. In het primair onderwijs blijft daarnaast het aantal vacatures "waar minder dan vijf kandidaten op solliciteert (76 procent) stijgen".

Niet alleen is het lerarentekort onverminderd, ook is er een tekort aan schoolleiders volgens het rapport. De problemen zijn vooral groot in de Randstad en in grote steden. Dat heeft er onder meer mee te maken dat leraren in de stad hetzelfde salaris krijgen als daarbuiten, terwijl de leefkosten in een stad hoger zijn. Het is voor leraren daarom aantrekkelijker om buiten de stad te wonen en werk te zoeken, zo wordt gesteld.

"De voorspellingen op langere termijn geven aan dat de tekorten blijven toenemen, waarbij uiteindelijk heel Nederland er mee te maken zal krijgen, met de grootste problemen in de G4 en Almere."

Elk jaar wordt ook gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs in alle sectoren. Op 1 januari 2020 geldt dat ruim 2 procent van de scholen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs onvoldoende of zeer zwak zijn. Vorig jaar ging dat om 1,7 procent. In het voortgezet onderwijs gaat het om meer dan 2,5 procent. "In alle drie onderwijssectoren zijn er dit jaar meer scholen onvoldoende of zeer zwak dan een jaar geleden. Deze scholen en afdelingen voldoen niet aan de wettelijke eisen voor basiskwaliteit." De inspectie houdt toezicht op de hersteltrajecten.

Lerarentekort draagt mogelijk bij aan kansenongelijkheid

Volgens het rapport draagt het lerarentekort mogelijk bij aan kansenongelijkheid in het Nederlands onderwijs. Zo is het lerarentekort groter op zeer zwakke scholen en is uit onderzoek gebleken dat leraren liever op scholen met minder gewichtenleerlingen werken. Gewichtenleerlingen zijn kinderen met een veronderstelde achterstand, bijvoorbeeld door factoren in de thuissituatie.

"De laatste jaren is er al veel aandacht uitgegaan om deze verschillen in kansen voor verschillende groepen leerlingen en studenten te verkleinen", zo wordt gesteld. Maar de verschillen lijken nu nauwelijks kleiner geworden.

"Door de toenemende druk op het onderwijs door lerarentekort, krimp, en door snelle technologische ontwikkelingen en een veranderende arbeidsmarkt bestaat de kans dat de scheidslijnen tussen groepen leerlingen en studenten alleen maar scherper worden."

'Er gaat veel goed in het onderwijs'

Volgens het jaarlijkse rapport "gaat er veel goed in het onderwijs". "Kijken we naar de diplomahoogte en naar de aansluiting op de arbeidsmarkt, dan is het beeld op dit moment zonder meer positief. De gemiddelde diplomahoogte stijgt nog steeds."

Ook hebben veel jongeren snel na het afstuderen een baan gevonden, "meestal werk dat aansluit op het niveau van het gevolgde onderwijs". Problemen zoals het lerarentekort vragen volgens de inspectie om een "bovenbestuurlijke samenwerking en regie, binnen het onderwijs maar ook steeds vaker met partijen buiten het onderwijs".

De inspectie stelt dat, vanwege de coronacrisis, de onderwijssector nu alle energie nodig heeft om alles in goede banen te leiden. "Op een later moment, als de situatie weer voldoende genormaliseerd is om gezamenlijk verder vooruit te kijken, gaat de inspectie graag het gesprek aan met de onderwijspartners over de gesignaleerde ontwikkelingen. Voor de tussentijd wenst de inspectie aan iedereen binnen en rond het onderwijs alle sterkte."