Het aantal lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (lhbti's) dat discriminerende incidenten in het onderwijs ervaart, is in vijf jaar tijd verdubbeld van 13 procent in 2013 naar 25 procent in 2018. Dat blijkt donderdag uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar discriminatie in Nederland.

Discriminatie in het onderwijs heeft grote gevolgen voor sommige jongeren. 8 procent van de lhbti's stopt zelfs voortijdig met een opleiding en 4 procent kiest vanwege discriminatie een opleiding onder zijn niveau.

"Het is helaas geen verrassing, maar altijd weer triest om te zien hoe zwaar een deel van onze lhbti-jongeren het nog altijd heeft op school", zegt COC-voorzitter Astrid Oosenbrug in een reactie op het onderzoek.

Oosenbrug wil dat minister Arie Slob (Onderwijs) de aanpak voor de bestrijding van lhbti-discriminatie op scholen aanscherpt. Ook zouden docenten tijdens hun opleiding verplicht moeten leren hoe zij discriminatie moeten aanpakken. Scholen zouden volgens de COC-voorzitter daarnaast beter moeten handhaven en een duidelijke norm moeten stellen.

Een duidelijke verklaring voor de toename van de discriminatie is er volgens het SCP niet. Volgens het COC komt het mogelijk doordat lhbti-jongeren eerder uit de kast komen en assertiever worden. "Ze pikken schelden met 'homo' en andere vormen van discriminatie niet meer", zegt de COC. Hierdoor zouden de problemen op scholen meer aan het licht komen.

Niet alleen mensen uit de lhbti-gemeenschap ervaren discriminatie. Iets meer dan een kwart van de hele Nederlandse bevolking (27 procent) kreeg er volgens het SCP mee te maken in 2018. Vooral mensen met een migratieachtergrond, moslims, jongeren en mensen met een beperking ervaren relatief veel discriminatie.