Het gerechtshof in Amsterdam heeft ook in hoger beroep bepaald dat de vader van het in 2016 ontvoerde meisje Insiya, Shehzad H., geen gezag meer over het kind heeft. Dit gebeurde op verzoek van de Raad van de Kinderbescherming.

De rechtbank bepaalde eerder al dat alleen de moeder van Insiya ouderlijk gezag heeft over het meisje, maar de vader ging hiertegen in beroep.

Het inmiddels zesjarige meisje bevindt zich nog steeds in India en hoewel het hof vindt dat Insiya aan haar moeder moet worden overgedragen, lijkt de kans klein dat door deze uitspraak enige verandering in die situatie komt.

Sinds de ontvoering van Insiya uit het huis van haar oma in Amsterdam heeft de moeder pas enkele keren contact met haar gehad via Skype, "hoewel de Indiase rechter had bevolen dat zulk contact veel vaker plaats moet vinden", aldus het hof.

Het gerechtshof gaat ervan uit dat dit door toedoen van de vader komt. Ook heeft H. onvoldoende meegewerkt aan onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming naar de situatie van het meisje.

Aan wettelijke eisen beëindiging ouderlijk gezag voldaan

"Het ziet ernaar uit dat het meisje in India zonder reële betrokkenheid van haar moeder zal opgroeien", concludeert het hof. "Dat is in strijd met haar belang en levert een onaanvaardbaar risico dat zij in haar emotionele en identiteitsontwikkeling wordt geschaad." Het hof vindt daarom dat er aan de wettelijke eisen voor beëindiging van het ouderlijk gezag is voldaan.

In juli vorig jaar legde de rechtbank in Amsterdam celstraffen op tot ruim vier jaar aan zes mensen voor hun bijdrage aan de ontvoering van de destijds tweejarige Insiya in september 2016.

Ondertussen lopen er ook in India procedures over de voogdij en de echtscheiding tussen moeder en vader, maar het hof wacht die beslissingen niet af. Omdat er sprake is geweest van een ontvoering is de kans klein dat een uitspraak in India over het gezag door Nederland wordt erkend.