Moedermelk is in de afgelopen decennia steeds schoner geworden, blijkt uit een donderdag gepubliceerd rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Er worden nu minder zogenoemde persistente organische stoffen (POP's) in moedermelk aangetroffen dan voorheen.

POP's zijn toxische stoffen die mensen hun hele leven lang in kleine hoeveelheden binnenkrijgen via voedsel en het milieu. In het lichaam worden deze stoffen langzaam afgebroken, waardoor de giftige stoffen zich kunnen ophopen in het bloed en vetweefsel.

Door de concentratie van POP's in moedermelk te meten, kan het RIVM de hoeveelheid toxische stoffen waaraan mensen worden blootgesteld inschatten.

POP's komen onder meer vrij in de industrie of zitten in bestrijdingsmiddelen zoals heptachloor. Gezondheidsorganisatie WHO heeft via internationale verdragen afgesproken dat het gebruik van middelen met POP's zoveel mogelijk wordt verboden of aan banden wordt gelegd. Middelen met de toxische stoffen komen op een speciale POP-lijst.

De WHO meet sinds 1976 de concentratie van POP's in moedermelk, het RIVM doet dat sinds 2014.

Streven naar moedermelk zonder POP's

De concentraties van POP's in moedermelk zijn zo laag dat die niet schadelijk zijn voor baby's. Het RIVM is blij met deze ontwikkeling, maar benadrukt wel dat moedermelk zonder POP's het uiteindelijke doel is.

Ook blijft het RIVM de komende jaren moedermelk controleren op toxische stoffen, omdat de POP-lijst nog altijd kan worden aangevuld.

Zo word de moedermelk sinds kort ook gecontroleerd op PFAS-stoffen, die onder meer in antiaanbakpannen zitten. Alleen de PFAS-stof PFOS is in ongevaarlijke hoeveelheden aangetroffen in moedermelk. Omdat deze stof pas sinds kort op POP-lijst staat, is het nog niet duidelijk of de hoeveelheid hiervan is toe- of afgenomen.