Het aantal minderjarige verdachten is vorig jaar voor het eerst sinds 2009 toegenomen. Het betreft een stijging naar ruim achttienduizend personen, blijkt vrijdag uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat zijn er duizend meer dan het jaar ervoor.

De stijging komt nadat het aantal minderjarige verdachten in tien jaar tijd was gehalveerd, aldus het CBS.

Van alle verdachten van 2019 was een op de tien nog niet volwassen. De achttienduizend jongens en meisjes werden verdacht van het plegen van in totaal 31.000 misdrijven. Drie op de tien waren al eerder door de politie aangemerkt als verdachte.

Het CBS meldt dat de minderjarigen die in 2019 voor het eerst verdacht werden van een misdrijf, gemiddeld ouder waren dan degenen die in de afgelopen tien jaar in aanraking kwamen met de politie. Ook was het misdrijf gemiddeld minder zwaar dan in voorgaande jaren.

Bijna 60 procent van de minderjarige verdachten van vorig jaar wordt verdacht van een vermogensmisdrijf. Daarnaast wordt een op de vijf verdacht van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde. Bijna evenveel minderjarigen worden verdacht van geweldsmisdrijven.

De meeste misdrijven deden zich voor in grote steden. 20 procent van de minderjarigen woonde in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam of Den Haag. Vooral in de hoofdstad komt het vaak voor dat een verdachte jonger is dan achttien jaar.

Verdeling geregistreerde minderjarige verdachten 2019

  • Vermogensmisdrijven: 57,3 procent
  • Vernieling en misdrijven tegen de openbare orde: 21,7 procent
  • Geweldsmisdrijven: 19,8 procent
  • Vuurwapenmisdrijven: 6,3 procent
  • Drugsmisdrijven: 5 procent
  • Verkeersmisdrijven: 4,7 procent