Het Openbaar Ministerie (OM) moet dit jaar naar verwachting zeker 22.700 rechtszaken uitstellen als gevolg van capaciteitsproblemen en "complexere rechtszaken", bevestigt een woordvoerder van het OM vrijdag aan NU.nl na berichtgeving van De Telegraaf.

Er lijkt vooral een gebrek aan ruimte en tijd bij de politierechter en kantonrechter te zijn. Laatstgenoemde komt met 6.500 zaken in de problemen, terwijl de politierechter er vermoedelijk zo'n 14.000 later dan verwacht zal behandelen, blijkt uit een interne analyse van het OM.

De overige 2.200 rechtszaken zou het OM voorleggen aan de meervoudige strafkamer, waar meer ingewikkelde en zwaardere misdrijven behandeld worden. De verdachte hoort dan minimaal een strafeis van één jaar cel tegen zich.

OM-topman Gerrit van der Burg is kritisch op zijn eigen organisatie. "Dit is aan slachtoffers en verdachten nauwelijks uit te leggen en het geeft een slecht signaal af richting de maatschappij." Een slachtoffer moet door de vertraging gemiddeld veertien maanden wachten op de afhandeling van een strafzaak.

De topman van het OM noemt jarenlange bezuinigingen bij zijn organisatie als reden voor de vertraging. Ook grote strafzaken als het Marengo-proces, waarin onder anderen Ridouan T. terechtstaat, en de zaak tegen motorbende Caloh Wagoh eisen veel tijd van officieren van justitie en overig personeel, aldus Van der Burg.

Ook de "complexere samenleving" wordt door Van der Burg als reden aangehaald. Volgens de politie werden er in 2019 zo'n 32.250 verwarde personen, die meer tijd en aandacht van het systeem vragen, gedwongen opgenomen: een stijging van 35 procent ten opzichte van vijf jaar eerder. In 65 procent van alle strafzaken had de verdachte "achterliggende problemen".

Stichting Slachtofferhulp Nederland maakt zich zorgen over de schatting van het OM, meldt voorzitter Rosa Jansen in gesprek met De Telegraaf. "Het afhandelen van een strafproces helpt bij het leed van de slachtoffers. Voor hen is het verschrikkelijk om te wachten."