Onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de International Commission on Missing Persons (ICMP) gaan komend voorjaar een laatste poging doen om twee slachtoffers van vlucht MH17 te identificeren.

Bij de vliegtuigramp kwamen 298 mensen om het leven. Van een jongen van 16 jaar en een man van 58 is tot nu toe geen DNA gevonden; zij zijn tot op heden ook nog niet geïdentificeerd.

"We hebben nog steeds botfragmenten van de rampplek, waar we toen geen DNA uit konden halen. Mogelijk nu wel", vertelt Arnoud Kal van het NFI aan De Telegraaf. Daarvoor gaat het NFI samenwerken met de ICMP, die een speciale techniek heeft ontworpen om het DNA-materiaal opnieuw te testen.

"We hopen op deze manier een ultieme poging te doen om de slachtoffers te kunnen identificeren", vertelt een woordvoerder van het NFI aan NU.nl.

Maandag 9 maart is in de extra beveiligde rechtbank op Schiphol de eerste zitting in het MH17-proces tegen drie Russen en één Oekraïner. Vlucht MH17 van Malaysia Airlines werd op 17 juli 2014 neergeschoten boven Oekraïne. Het Joint Investigation Team stelde vast dat het vliegtuig werd neergehaald door een buk-raket die afkomstig was van het Russische leger.

De verdachten hebben volgens justitie onder meer bijgedragen aan het vervoer van de raket.