De privacy van slachtoffers van misdrijven wordt te slecht beschermd. De regels die hiervoor zijn opgesteld, worden niet goed nageleefd, is de boodschap van een witboek dat Slachtofferhulp Nederland dinsdag aan justitieminister Sander Dekker aanbiedt.

De organisatie heeft geen harde cijfers, maar stelt steeds vaker aan te lopen tegen gevallen waarin slachtoffers erover klagen dat hun privacy niet goed is gewaarborgd. Slachtofferhulp Nederland begeleidt jaarlijks 200.000 mensen die aankloppen voor hulp.

"Slachtoffers van misdrijven zijn vaak beschadigd geraakt, lichamelijk en geestelijk", stelt woordvoerder Jytte Reichert. "Ook zijn zij vaak bang voor de verdachte, bijvoorbeeld als ze slachtoffer zijn geworden van geweld, stalking of seksueel misbruik. Het is dan extra pijnlijk als in het strafproces de persoonlijke gegevens en soms intieme details in alle openbaarheid worden gedeeld."

Zo staat soms het huisadres van het slachtoffer in het strafdossier en komt dat zo bij de verdachte terecht. Ook worden namen van slachtoffers genoemd in de rechtszaal of medische gegevens van slachtoffers in het openbaar gedeeld, stelt Slachtofferhulp Nederland.

OM: Het is een ingewikkeld vraagstuk

In het witboek dat Dekker dinsdag ontvangt, komen slachtoffers, professionals uit de strafrechtketen, advocaten, politici en medewerkers van Slachtofferhulp Nederland aan het woord. Zij leggen aan de hand van praktijkvoorbeelden uit waarom het voor slachtoffers en nabestaanden belangrijk is om van hun recht op privacy gebruik te maken.

Deze ervaringen hebben geleid tot de zeven aanbevelingen die in het boek zijn opgenomen. Het Openbaar Ministerie (OM) laat in een reactie aan de NOS weten dat de privacy van slachtoffers in de rechtszaal "een ingewikkeld vraagstuk is".