De Rijnlanden hebben donderdag nieuwe afspraken gemaakt over hun gedeelde rivier en de stroomgebieden. De landen moeten ervoor zorgen dat de rivieroevers straks beter bestand zijn tegen wateroverlast en de waterkwaliteit verbeteren.

Om de vervuiling terug te dringen, is onder meer afgesproken dat het aantal zogeheten microverontreinigingen moet afnemen met 30 procent. Het gaat hier bijvoorbeeld om medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en industriële stoffen.

Verder is afgesproken dat de landen de komende twintig jaar blijven investeren in hun dijken en oevers. De afgelopen twintig jaar investeerden de Rijnlanden al 14 miljard euro, waarmee de kans op overstromingen met 25 procent is afgenomen. Deze kans moet de komende twintig jaar met nog eens 15 procent afnemen.

Ook zijn de landen overeengekomen dat Frankrijk op drie plekken in het stroomgebied vispassages gaan bouwen, waardoor trekvissen zoals de zalm straks vrij vanaf de Noordzee naar Zwitserland kunnen zwemmen.

Minister Van Nieuwenhuizen zet droogte op agenda

Voor Nederland was minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) aanwezig bij de conferentie in Amsterdam. Op haar initiatief stond ook droogte hoog op de agenda. "Het is belangrijk dat de andere Rijnlanden net als Nederland grensoverschrijdend gaan werken aan oplossingen voor problemen met laagwater in de steeds drogere zomers."

Naast Nederland zijn ook Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg, Italië, Liechtenstein en Wallonië vertegenwoordigd in de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR). De samenwerking begon zeventig jaar geleden en de landen komen elke paar jaar samen om nieuwe afspraken te maken.