Het kabinet gaat het onderzoek naar de omstreden uitzetting van Ali Mohammed Al Showaikh heropenen. Eenmaal uitgezet kreeg de Bahreinse asielzoeker bijna direct een levenslange celstraf in zijn thuisland.

Voordat Al Showaikh de cel in ging, zou hij volgens Amnesty International en Vluchtelingenwerk gemarteld zijn. De Bahreiner was naar Nederland gevlucht omdat hij bang was dat het regime wraak zou nemen voor de politieke activiteiten van zijn broer. Zijn broer verzette zich in het land tegen het regime. De activist werd door de autoriteiten als terrorist beschouwd.

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol wil het onderzoek naar zijn uitzetting heropenen, schrijft ze woensdag aan de Tweede Kamer. De Inspectie Justitie en Veiligheid zou afgelopen week informatie met haar gedeeld hebben die niet eerder in het onderzoek was meegenomen.

In maart vorig jaar opende de Inspectie een onderzoek naar het handelen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in de zaak. De resultaten van het rapport lekten later uit. Hieruit bleek onder meer dat de IND documenten had genegeerd die aantoonden dat Al Showaikh gevaar liep in Bahrein.

Rapport is nog niet openbaar gemaakt

Het rapport van Inspectie Justitie en Veiligheid is ondanks een verzoek van Kamerleden nog niet openbaar gemaakt, ook al gebeurt dit gewoonlijk binnen zes weken na afronding. Wel heeft de Tweede Kamer in vertrouwen inzicht gekregen in het rapport.

Broekers-Knol schrijft woensdag dat het rapport niet openbaar gemaakt kan worden vanwege privacyredenen en de veiligheid van Al Showaikh. Informatie uit het onderzoek zou namelijk bij de Bahreinse autoriteiten terecht kunnen komen.

Ook kan de nieuwe informatie tot aanpassing of aanvulling van het rapport leiden. Daarom acht Broekers-Knol het "momenteel niet opportuun" om het rapport openbaar te maken. Om diezelfde reden kunnen vragen van de Tweede Kamer over het rapport en het handelen van de IND niet beantwoord worden.

Daarnaast speelt volgens Broekers-Knol mee dat de advocaat van Al Showaikh bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een klacht heeft ingediend tegen Nederland. Broekers-Knol wil voorkomen dat informatie uit het onderzoek gebruikt zou kunnen worden bij de rechtszaak.