In het primair onderwijs is grofweg dubbel zoveel animo voor de lerarenstaking van donderdag en vrijdag als in het voortgezet onderwijs. Zo'n 59 procent van de basisscholen gaat dicht, vergeleken met 28 procent van de middelbare scholen, blijkt donderdag uit cijfers die zijn opgevraagd door NU.nl.

Voor zover bekend sluiten zeker 3.978 basisscholen en 180 middelbare scholen één of beide dagen hun deuren. Dat is samen ruim 56 procent van het totale aantal scholen in Nederland.

Het totale aantal stakende scholen ligt waarschijnlijk nog iets hoger, want niet elke school zal zich al hebben aangemeld bij initiatiefnemer Algemene Onderwijsbond (AOb). Tijdens de vorige staking afgelopen november stond de teller een dag voor de actiedag op 3.973 en gingen op de actiedag zelf uiteindelijk zo'n 4.400 scholen dicht.

Naar school voor toetsen

De relatief geringe animo in het voortgezet onderwijs betekent overigens niet dat er op de niet-aangemelde middelbare scholen helemaal geen werk wordt neergelegd. Op sommige scholen zullen donderdag en/of vrijdag docenten ontbreken om ook te gaan staken.

"In het voortgezet onderwijs blijft vaak een aantal leraren doorwerken omdat leerlingen bijvoorbeeld toetsen maken. Dan gaat niet de hele school dicht", aldus een woordvoerder van de AOb.

37e protestactie sinds jaren tachtig

Sinds de jaren tachtig organiseerde de AOb 36 eerdere protesten. De meeste acties draaiden om salaris, bezuinigingen of allebei. Sinds 2014 speelt ook de hoge werkdruk vaak een rol.

De staking van deze week is de grootste AOb-staking in jaren. Overigens gaat niet elke geregistreerde school beide dagen dicht. Leerkrachten en schoolleiders kunnen er ook voor kiezen slechts één dag te staken.