Een 41-jarige vrouw uit Amersfoort is woensdag voor de derde keer vrijgesproken van het ombrengen of proberen te doden van haar pasgeboren baby's in 2002 en 2004. Het hof in Den Bosch gaat ervan uit dat de kinderen dood zijn geboren.

Johanna H. meldde zich in 2014 bij de politie met het verhaal dat zij in zowel 2002 als 2004 op het toilet van haar toenmalige woning was bevallen van een kind en dat ze niet naar hen had omgekeken.

De vrouw wist daarom niet of de kinderen überhaupt leefden: ze had de baby's in ieder geval niet horen huilen of zien bewegen. Ze stopte de lichaampjes daarna in een beautycase en een koekblik en verborg deze op zolder.

H. werd door zowel de rechtbank als het gerechtshof vrijgesproken omdat niet was vast te stellen of de kinderen tijdens of kort na de geboorte leefden. Volgens de Hoge Raad mocht dit niet automatisch tot vrijspraak leiden, waarop de zaak terug werd verwezen naar het hof in Den Bosch.

Het hof stelde daarop twee deskundigen aan. Zij stelden na uitgebreid onderzoek vast dat het aannemelijk is dat de kinderen dood ter wereld zijn gekomen, omdat H. in de tijd van haar zwangerschappen stevig rookte, alcohol dronk en andere verdovende middelen gebruikte.

"Dit had een negatief effect op de placenta die het kind van voeding moet voorzien, en daarmee op de groei van de ongeboren baby", aldus het hof. "De afmetingen van de beautycase en de koektrommel met de stoffelijke overschotten van de baby's wijzen ook op een ernstige groeivertraging."