De actiebereidheid van scholen en docenten bij de tweedaagse staking is groter dan bij de werkonderbreking van november. Inmiddels hebben zich bijna vierduizend scholen aangemeld bij de Algemene Onderwijsbond (AOb); dat is nu al meer dan bij de vorige actie.

Dat heeft de AOb dinsdag bekendgemaakt. De meeste scholen die meedoen, bevinden zich in de Randstad.

Docenten leggen massaal het werk neer omdat zij boos zijn dat de overheid naar hun mening niets doet om de al jaren voortwoekerende crisis in het onderwijs aan te pakken.

In 2020 hebben volgens de AOb 55.000 leerlingen in het primair onderwijs op regelmatige basis geen leraar voor de klas staan. Dat aantal zal, als er niets gebeurt, oplopen tot 240.000 leerlingen in 2028.

Docenten klagen al jaren over de hoge werkdruk en lage beloning

Leerkrachten klagen al jaren over de hoge werkdruk, de te grote klassen en de lage beloning voor het werk. Het lerarentekort is het grootst in het speciaal onderwijs en in het middelbaar onderwijs bij Nederlands, exacte vakken en klassieke talen.

De problemen manifesteerden zich de afgelopen jaren vooral in het lager onderwijs, maar ook het middelbaar onderwijs heeft inmiddels te weinig docenten. Ook loopt de kennis van de leerlingen aantoonbaar terug door de uitval van lessen.

Veel ouders kunnen op stakingsdagen geen opvang vinden

De grote actiebereidheid van docenten zadelt veel ouders met problemen op. Zeker een derde van de kinderopvangorganisaties heeft geen ruimte om extra kinderen te herbergen op de stakingsdagen, 30 en 31 januari. Veel opvanglocaties krijgen van ouders de vraag of zij op die twee dagen extra of langer buitenschoolse opvang kunnen bieden.

BOinK, de organisatie voor ouders die gebruikmaken van kinderopvang, luidde de noodklok al toen zich pas 3.300 scholen hadden ingeschreven voor de staking. Ook de kinderopvang kampt al langere tijd met grote personeelstekorten.