Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob heeft onterecht geëist dat het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam moest opstappen. De rechtbank in Amsterdam bepaalde maandag dat er onvoldoende reden is om het bestuur van de school weg te sturen.

Volgens de rechtbank is het wanbeheer van de school "aanzienlijk minder omvattend en minder ernstig" dan Slob stelde.

Daarnaast mag een onderwijsminister in het algemeen een schoolbestuur pas naar huis sturen als het niet mogelijk is om de situatie met andere, minder vergaande maatregelen te verbeteren, schrijft de rechtbank.

"De minister heeft niet aangetoond dat er geen andere mogelijkheden waren om de financiële problemen die er bij de school speelden, op een andere manier op te lossen."

Daarnaast zouden de leerlingen worden onderwezen door leraren die in een salafistische omgeving verkeren. Deze leraren zouden de helft van de lestijd aan de fundamentalistische stroming binnen de islam willen besteden.

"De betrokkenheid van sommige van deze personen bij de school was echter beperkt", schrijft de rechtbank daarover. "Van de andere personen staat niet vast dat zij omstreden gedachtegoed hebben."

Ook is er in het algemeen geen sprake van financieel wanbeleid, hoewel er wat valt af te dingen op de boekhouding. Bij vier uitgaven is er sprake van zelfverrijking en onrechtmatig handelen.

Slob gaat in beroep tegen de uitspraak, liet hij maandag via Twitter weten.

Uitspraak geeft Slob ongemakkelijk gevoel

De uitspraak volgt op een langdurig proces rondom het Amsterdamse lyceum. De school kwam in het voorjaar van 2019 in opspraak nadat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) "ernstige signalen" over het bestuurlijk en financieel handelen van de school had ontvangen.

Dat Slob nu wordt teruggeroepen, geeft hem "een ongemakkelijk gevoel", schrijft hij in een tweet. "De rechtbank constateert namelijk dat er ruimte is in deze school voor personen met een antidemocratisch en anti-integratief gedachtegoed. AIVD waarschuwde daar al voor."

Slob wijst op toekomstige, nieuwe wetgeving waarmee hij meer bevoegdheden krijgt om hiertegen op te treden.

Eerder oordeelde de Raad van State al dat Slob de financiering niet mocht stopzetten.

Uitspraak flinke tegenvaller voor Slob

Eind vorig jaar was Slob er nog van overtuigd dat hij er goed aan deed het vertrek van het schoolbestuur te eisen en de financiering stop te zetten. Het Haga Lyceum werd slecht bestuurd, de financiën deugden niet en het onderwijs was ondemocratisch, concludeerde de bewindsman.

Slob baseerde zich op een zeer kritisch rapport van de Inspectie van het Onderwijs waarin deze punten naar voren kwamen. Ook meende de inspectie dat het burgerschapsonderwijs onvoldoende was.

Slob vond destijds niet dat hij te voorbarig handelde met de invoering van de maatregelen, nog voordat de rechter zich hierover had uitgesproken. "Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid", aldus Slob toen.

Het bestuur van het Haga Lyceum heeft de aantijgingen altijd met klem ontkend.