Bijna twee op de drie basisschoolleraren heeft leerlingen in de klas die in armoede leven. De kinderen dragen veel dezelfde kleren, kunnen niet mee met schoolreisjes, hebben geen eten bij zich of wassen zich niet elke dag. Deze groep leerlingen presteert aantoonbaar slechter dan klasgenoten.

Dat blijkt uit een onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek onder zevenhonderd Nederlandse leerkrachten. Het gaat gemiddeld om twee kinderen per klas.

Een op de vijf leerkrachten zegt gestopt te zijn met zogenoemde kringgesprekken. Deze gesprekken zijn vaak "te pijnlijk" voor scholieren die in hun weekenden of vakanties niets hebben meegemaakt omdat hun ouders daar geen geld voor hebben.

Het gaat om ouders met een inkomen dat net boven de bijstandsnorm ligt.

Armoede heeft ook invloed op emotionele ontwikkeling

Behalve dat de armoede invloed heeft op de leerprestaties van deze kinderen, is er ook negatieve invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Dit constateert bijna drie kwart van de ondervraagde leraren.

Bijna de helft van de docenten zoekt soms contact met hulpinstanties om de gezinnen in armoede en hun kinderen bij te staan. Ruim twee op de drie scholen hebben ook een potje om deze groep te steunen.