Zorgverleners zijn in veel gevallen nog steeds meer dan een half uur per dag bezig met de vijfminutenregistratie, meldt de Volkskrant donderdag op basis van een enquête van de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden V&VN. Daarbij moeten zorgverleners per vijf minuten registreren wat ze hebben gedaan.

Van de zesduizend deelnemers aan de enquête moet nog bijna twee derde een dergelijke registratie invullen. Bijna de helft van de deelnemers aan de enquête werkt in de wijkverpleging.

Vorig jaar beloofden zorgondernemers, de zorgverzekeraars, de toezichthouder NZa, minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid en V&VN in een convenant dat zorgverleners na dit jaar geen vijfminutenregistratie meer hoefden te doen.

Vorig jaar werd een nieuwe werkwijze bedacht, waardoor de registratie zou kunnen worden afgeschaft. Voor elke patiënt zou een zorgplan worden gemaakt. De minutenregistratie laat zien hoeveel tijd mensen in de zorg kwijt zijn aan administratie. Op basis van dat plan worden rekeningen bij verzekeraars ingediend en vergoed.

V&VN vindt dat deze nieuwe werkwijze in de praktijk nog te weinig oplevert, meldt de Volkskrant. Drie kwart van de deelnemers aan de peiling merkt nog geen verschil. Twee derde van de wijkverplegers moet nog steeds iedere vijf minuten verantwoorden.

Zorgverzekeraar zijn geschrokken van de uitkomsten

De zorgverzekeraars reageren geschrokken, schrijft de krant. Volgens de NZa zijn thuiszorgorganisaties druk bezig met het aanpassen van de administratie, zodat de minutenregistratie overbodig wordt.

Actiz, de branchevereniging van bijna vierhonderd zorgorganisaties, meent dat enige vorm van registratie nodig is om de kwaliteit van het werk in de zorg te waarborgen en te laten bekostigen door zorgverzekeraars. Hierdoor is het aanpassen van de tijdsregistratie moeilijker dan verwacht.