Minister Arie Slob voor Onderwijs mag de financiering van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam niet per 1 december 2019 volledig stopzetten, oordeelt de voorzieningenrechter van de Raad van State vrijdag. De minister heeft zich bij het stopzetten van de bekostiging niet aan zijn eigen beleidsregels gehouden.

De uitspraak is niet het definitieve oordeel van de rechter. Het is een tussenstap in een van de zaken die de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) voert over het Amsterdamse lyceum.

Vorige maand maakte Slob bekend de bekostiging van het Cornelius Haga Lyceum per 1 december volledig stop te zetten. Dit is volgens de rechter tegenstrijdig met een eigen beleidsregel van de minister.

Volgens deze regel mag de financiering van een school alleen worden stopgezet als deze eerst voor 15 procent is opgeschort. Daarna moet de bekostiging drie maanden lang voor 15 procent worden ingehouden en daaropvolgend drie maanden lang voor 30 procent. Wanneer het bestuur van de school daarna alsnog niet voldoet aan de wettelijke voorschriften, mag de financiering pas volledig worden stopgezet.

De minister had echter het plan om de financiering van het Amsterdamse lyceum meteen volledig stop te zetten, waardoor hij zijn eigen beleidsregels schendt. Met de uitspraak van de rechter is de stopzetting van de financiering voorlopig van de baan.

Inspectie: 'Sprake van financieel wanbeheer'

In september eiste Slob het vertrek van het huidige bestuur van het Cornelius Haga Lyceum, met het dreigement dat de financiering zou stoppen als dit niet gebeurde.

Twee maanden eerder, in juli, kwam een kritisch rapport naar buiten van de Inspectie van het Onderwijs over de school. Daarin stond dat er sprake was van financieel wanbeheer en belangenverstrengeling: geld dat bestemd was voor onderwijs, werd uitgegeven aan andere zaken.

De islamitische school droeg na de aanwijzing van Slob een nieuwe bestuurder voor, maar vroeg om uitstel bij de minister omdat de statuten voor de bestuursoverdracht moesten worden aangepast. De interim-bestuurder is namelijk geen moslim en dat moet hij volgens de huidige regels van de school wel zijn.

Ook hoger beroep tegen onderwijsinspectie

De uitspraak van de voorzieningenrechter is slechts een voorlopige. De rechtbank Amsterdam moet ook nog een oordeel geven over de rechtmatigheid van de aanwijzing van Slob om het bestuur van de school te vervangen.

Naast deze zaak dient ook een hoger beroep van het Amsterdamse lyceum tegen de Inspectie van Onderwijs. De islamitische school wil dat de inspectie het rapport over de school vernietigt. De rechter doet eind december uitspraak in deze zaak.