De 27-jarige Pakistaan Junaid I. krijgt tien jaar cel opgelegd vanwege het beramen van een terroristisch misdrijf gericht op het doden van PVV-leider Geert Wilders. De rechtbank Den Haag stelt maandag dat bewezen is dat I. het misdrijf plande vanwege de voorgenomen cartoonwedstrijd van Wilders.

Volgens de rechtbank was de bedoeling van I. op basis van de aard en inhoud van een door hem verspreide video "maar op één manier uit te leggen". "De verdachte was van plan Wilders te vermoorden", aldus de rechtbank. Ook is de man veroordeeld voor bedreiging en opruiing.

In de video die door I. op sociale media was gezet, zegt hij dat zijn doelwit "alleen die onbeschaafde is". "Ik zal alleen terugkeren als ik geslaagd ben in mijn missie", stelt hij in de video. De rechtbank wijst in het vonnis op het recidiverisico, omdat de man zelfs na zijn arrestatie sprak over zijn missie om Wilders te doden. Mede hierom is de uiteindelijke straf hoger uitgevallen dan de eis van zes jaar van het Openbaar Ministerie (OM).

Vorig jaar augustus reisde I. vanuit Frankrijk af naar Nederland, waarna hij zich onder meer rondom het Binnenhof ophield. Volgens de rechtbank heeft hij hier foto's gemaakt en aan mensen gevraagd of het parlement daar inderdaad bijeenkomt. Een aantal dagen na zijn aankomst in Nederland greep de politie in. Dit gebeurde nadat er een tip over de video van de Pakistaan was binnengekomen.

I. stelde zelf dat hij alleen wilde demonstreren, maar deze verklaring wijst de rechtbank van de hand. Zo had hij geen materiaal om te demonstreren en zegt hij in de video geen heil te zien in een protestactie.

Man wilde Wilders 'naar de hel sturen'

Verder stelt I. in de video dat hij Wilders "naar de hel wil sturen". Het OM meldde tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak al dat I. een "heldenonthaal" verwachtte als hij weer zou terugkeren naar Pakistan.

Het wordt de man aangerekend dat hij heeft verhinderd dat Wilders een politiek standpunt naar voren kon brengen. De cartoonwedstrijd, waarin de profeet Mohammed zou worden getekend, is namelijk uiteindelijk afgelast. "Dit grondrecht is een van de grondwaarden van onze democratische samenleving. De verdachte wilde deze moord plegen in een van de panden van het parlement, in feite het hart van onze democratie", aldus de rechtbank.