Een op de vijf zorgverleners onder de 35 jaar heeft last van burn-outverschijnselen, blijkt uit een onderzoek van zorgverlenersorganisatie VvAA. Volgens de organisatie worstelen ze met een steeds grotere disbalans tussen werk en privé.

Met de zogenoemde 'Quickscan Bezieling' onderzoekt de organisatie sinds 2014 de mentale energie van zorgverleners. Aan het onderzoek deden ruim tweeduizend mensen mee, onder wie medisch specialisten, huisartsen en fysiotherapeuten, maar ook tandartsen en dierenartsen.

Over het algemeen lijkt het volgens het onderzoek goed te gaan met de mentale energie van zorgverleners. De zogenoemde "bevlogenheid" is stabiel gebleven en vertoont zelfs een licht positieve trend. Vergeleken met de gemiddelde Nederlander, hebben de zorgverleners ook minder last van burn-outklachten (12 procent tegenover 15 procent). Dit verandert echter wanneer het onderzoek inzoomt op het jongste deel van de zorgverleners.

Bij zorgverleners onder de 35 jaar wordt een toename van burn-outklachten gerapporteerd. In 2017 zei 13 procent hier last van te hebben, in 2019 steeg dit naar 20 procent. Volgens de onderzoekers staat dit mogelijk in verband met de verhouding tussen werk en privé. Die blijkt volgens het onderzoek te zijn verslechterd. Gevraagd naar hun toekomstperspectief, zegt slechts een derde van de jonge zorgverleners tot aan hun pensioen in de zorg te willen blijven werken.

Vier belangenorganisaties van artsen, waaronder de VvAA zelf, starten komende woensdag een beweging om het welzijn van deze doelgroep te verbeteren. Zij stellen dat cijfers over het welzijn van artsen "onacceptabel" zijn en geven aan dat het mentale welzijn van artsen cruciaal is voor goede en veilige zorg. Naast de VvAA gaat het hier om de organisaties De Jonge Specialist, de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen.