Donderdag begint de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de 32-jarige Bekir E., die wordt verdacht van de moord op de 16-jarige Humeyra in december 2018. De ene na de andere fout leidde uiteindelijk tot de dood van het Rotterdamse meisje.

Als Humeyra op 18 december rond 13.15 uur bij haar school in Rotterdam loopt, vlucht ze plots weg. Bekir E. - de man die haar al langere tijd ernstig bedreigt en lastigvalt - is dan net uit een auto gestapt. Hij haalt het meisje in bij de fietsenstalling van het Rotterdam Designcollege en schiet haar dood.

Door een vernietigend rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie wordt maanden na de dood van Humeyra duidelijk hoe wanhopig het pas zestienjarige meisje vele malen om hulp heeft gevraagd, maar die hulp nooit heeft gekregen.

De politie en het Openbaar Ministerie (OM) schoten volgens het rapport ernstig tekort bij de bescherming van het meisje en betrokken instanties onderschatten de ernst van de stalking.

Humeyra was lang te bang om aangifte te doen

Op 8 mei stapt Humeyra een politiebureau binnen. Ze heeft lang geen aangifte tegen E. durven te doen. De man met wie ze kort samen was, accepteert niet dat hun relatie voorbij is.

Als ze aan een agent vertelt dat E. haar dreigt neer te steken en haar heeft mishandeld, wordt ze tientallen keren anoniem gebeld. In het bijzijn van de agent neemt ze op. Het is haar ex. E. bedreigt haar opnieuw en zegt dat hij naar haar huis zal gaan om de deur in te trappen.

De politie neemt de zaak hoog op. Slachtofferhulp, de reclassering en Veilig Thuis worden ingeschakeld. De laatste organisatie brengt in het geval van huiselijk geweld de situatie en veiligheidsrisico's in kaart.

Als E. op 9 mei wordt verhoord, blijkt uit onderzoek naar zijn telefoon dat hij Humeyra tussen 8 en 9 mei ongeveer honderd keer heeft gebeld.

E. krijgt contactverbod opgelegd

Zowel Slachtofferhulp Nederland als de reclassering raadt aan E. een contactverbod op te leggen. Als op 11 mei de voorlopige hechtenis van E. wordt geschorst, mag hij onder geen voorwaarde contact zoeken met Humeyra.

Tot aan zijn zitting op 16 augustus moet E. zich verplicht melden bij de reclassering. Hij is al sinds 2009 bekend bij de instantie vanwege eerdere vergrijpen, waaronder stalking en bedreiging van een ander meisje. Als Humeyra aangifte doet, zit E. nog in zijn proeftijd na een eerdere veroordeling voor relationeel geweld.

Op 29 mei gaat het weer mis. De zus van Humeyra neemt contact op met de politie. E. valt Humeyra lastig door haar tientallen keren anoniem te bellen en berichten te sturen. Op Facebook plaatst hij een foto van Humeyra en biedt hij 3.200 euro voor informatie om haar te kunnen vinden.

'Leerlingen getuige van dodelijke schietpartij bij school Rotterdam'
56
'Leerlingen getuige van dodelijke schietpartij bij school Rotterdam'

Humeyra doet weer aangifte

Humeyra doet zowel op 30 mei als 1 juni aangifte. De politie geeft in beide gevallen niet door aan de reclassering dat E. zijn contactverbod schendt.

Ook wordt de zogenoemde vragenlijst bij stalking niet ingevuld, terwijl dit volgens het protocol wel moet. Zo'n vragenlijst is juist bedoeld om te kunnen beoordelen of er sprake is van enig gevaar.

Een alarmknop bij Humeyra thuis of extra politiesurveillance bij haar woning blijven daarom achterwege.

Wel wordt de aanhouding van E. bevolen. Hij slaat daarom op de vlucht, maar blijft ondertussen Humeyra lastigvallen.

E. wordt bij verstek veroordeeld

Op 16 augustus wordt E. bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk. Ook geldt een proeftijd van twee jaar. Ook nu geldt de voorwaarde dat E. geen contact met Humeyra mag opnemen.

Als Humeyra in de volgende maanden vele malen contact met de politie opneemt, krijgt ze ten onrechte te horen dat ze niets kunnen doen.

Van het bestaan van het contactverbod weten de meeste agenten niet. Er is namelijk geen vast aanspreekpunt aangesteld. Zo krijgen vijftig medewerkers een rol in deze zaak. Het gevolg is dat Humeyra vaak opnieuw haar verhaal moet doen.

Politie denkt dat contactverbod verlopen is

Het schrijnendste geval doet zich voor op 10 december als ze zich meldt bij een politiebureau in Rotterdam. Ze wil opnieuw aangifte doen, omdat E. het contactverbod blijft schenden.

Als de betreffende agent navraagt hoe het zit, krijgt die te horen dat het destijds opgelegde contactverbod in mei verlopen is. Als Humeyra duidelijk maakt dat E. in augustus een proeftijd van twee jaar opgelegd heeft gekregen, wordt haar opnieuw verteld dat het contactverbod is verlopen.

Gedesillusioneerd verlaat ze het bureau en neemt ze contact op met Slachtofferhulp Nederland. Een medewerker raadt haar aan weer naar binnen te gaan. Humeyra geeft haar telefoon aan de agent, waarop Slachtofferhulp Nederland de situatie nogmaals uitlegt. De agent belooft het te gaan uitzoeken.

Humeyra toon foto van E. met wapens

Humeyra moet de volgende dag terugkomen. Voordat ze weggaat, laat ze een foto van E. met twee vuurwapens zien. Die afbeelding neemt ze op 11 december mee.

Wederom krijgt ze van de politie te horen dat er uit interne navraag is gebleken dat er geen sprake is van een contactverbod. Humeyra moet opnieuw aangifte doen en haar hele verhaal vertellen.

De politie houdt diezelfde avond overleg en besluit - ondanks de foto waarop E. met wapens te zien is - niet in te grijpen. De politie denkt dat de kans klein is dat hij deze wapens thuis bewaart. Daarnaast wordt het risico voor Humeyra zelf laag ingeschat, omdat kennis over de voorgeschiedenis van haar zaak ontbreekt.

Humeyra moet een week later wel terugkomen om nog wat aanvullende vragen te beantwoorden. Ze heeft op 18 december om 14.00 uur een afspraak. Om 13.15 uur op die dag wordt Humeyra echter doodgeschoten door haar ex. Een kwartier nadat E. zich had moeten melden bij de reclassering.