Nederland heeft in vergelijking met andere landen een klein percentage rokers, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van een jaarlijks gezondheidsrapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

In 2007 rookte 23 procent van de Nederlanders van vijftien jaar of ouder, in 2017 was dat gedaald naar 17 procent. Daarmee zit Nederland onder het internationale gemiddelde van 18 procent.

Ter vergelijking: in Griekenland is het percentage rokers gedaald van 40 procent in 2006 naar 27 procent in 2014. In sommige landen is het aantal rokers de afgelopen jaren zelfs toegenomen, zoals in Slowakije en Oostenrijk. Toch zijn er in de meeste landen nu minder rokers dan een decennium geleden.

Weinig Nederlandse artsen in buitenland opgeleid

Verder blijkt uit het OESO-rapport dat Nederland een relatief klein percentage dokters heeft die in het buitenland zijn opgeleid. Slechts 2 procent van de artsen die in 2017 werkzaam waren in Nederland, was opgeleid in het buitenland. Daarbij gaat het vaak om artsen die hun opleiding genoten in België.

In andere landen is dat percentage veel groter; zo is 58 procent van de in Israël werkzame artsen elders opgeleid. In Europa heeft Ierland het grootste percentage artsen die in het buitenland zijn opgeleid: zo'n 42 procent.

Ook keek het rapport naar de eigen betalingen aan genees- en verbandmiddelen, inclusief eigen risico en bijdragen. Daaruit blijkt dat het percentage eigen betalingen in Nederland even groot is als tien jaar geleden; namelijk zo'n 2 procent van alle uitgaven in de gezondheidszorg.