De definitieve vestiging van de wolf naar Nederland wordt niet door iedereen met open armen ontvangen: veel mensen zijn bang voor het roofdier uit Roodkapje. En die angst is niet ongegrond; op 21 oktober werd bijvoorbeeld bekend dat een wolf veertien schapen heeft gedood in het Gelderse Emst. Toch lijkt de angst voor de wolf dieper te zitten. Waar komt die vrees vandaan, en is die reëel?

De wolf en de zeven geitjes, Roodkapje en De wolf en de drie biggetjes: in sprookjes wordt de wolf neergezet als sluw, meedogenloos en gewelddadig. Ook in liedjes, boeken en films heeft de wolf meestal een negatief imago. Maar is dit terecht?

"De wolf heeft in volksverhalen al eeuwenlang de reputatie van het wilde, bloeddorstige beest", meent Theo Meder, etnoloog bij het Meertens Instituut. "In sprookjes is de wolf vaak de domme, maar gevaarlijke sterke doder. Hij is regelmatig de rivaal van de slimme, maar minder sterke vos", zegt Meder. "Daarnaast geloofde men vroeger ook in weerwolven, daar was grote angst voor."

Al deze verhalen rondom de wolf hebben gezorgd voor een zogenaamd 'Roodkapje-syndroom'. Veel mensen zijn bang voor de wolf omdat ze uit verhalen zoals Roodkapje hebben begrepen dat het dier gewelddadig is. "En zo'n volkskundige angst kan zich heel lang vastzetten: denk ook maar aan de pest en de bij velen de nog altijd aanwezige angst voor ratten", zegt Meder. "Ondanks dat het gevaar al geruime tijd geweken is, blijft de collectieve angst bestaan."

Is angst voor wolven tegenwoordig nog reëel?

Het Roodkapje-syndroom is echter niet zomaar ontstaan; zo'n tweehonderd jaar geleden veroorzaakte de wolf daadwerkelijk overlast in grote gedeelten van Europa. Het Noorse instituut voor natuuronderzoek (NINA) onderzocht de ontwikkeling van de wolf in Europa, waarop vroeger volop werd gejaagd.

Er werd gejaagd op de wolf omdat het dier vroeger geregeld landbouwvee aanviel. Heel sporadisch werden volgens de NINA ook mensen aangevallen. Meestal waren deze wolven bevangen door hondsdolheid en beten ze in de laatste fase van de ziekte alles wat ze onderweg tegenkwamen, waaronder mensen.

Hoewel er vroeger weleens mensen zijn gedood door wolven, komt dit tegenwoordig haast niet meer voor. "Het risico om aangevallen te worden door een wolf is onder de huidige omstandigheden in Europa en Noord-Amerika zeer laag", schreef het NINA. Begin deze eeuw leefden er tien- tot twintigduizend wolven in Europa, en de afgelopen tientallen jaren zijn er in Europa in totaal vier mensen gedood door een directe wolvenaanval. Daarnaast overleden vijf mensen aan de gevolgen van een beet van een hondsdolle wolf.

'De wolf is op zichzelf niet gevaarlijk'

We hoeven ook niet bang te zijn voor de wolf die zich nu in Nederland heeft gevestigd, meent Hugh Jansman, ecoloog bij Wageningen Environmental Research. "De wolf is op zichzelf niet gevaarlijk. Vanuit onze maatschappij is er veel angst voor de wolf, maar als je naar de statistieken kijkt, dan is er niet veel reden om bang te zijn."

Zo gaan veel mensen volgens Jansman al op vakantie naar gebieden waar grote roofdieren voorkomen, bijvoorbeeld in Frankrijk. "Maar als de grote roofdieren dicht bij huis komen, dan beleven we dat toch anders."

Veel mensen zijn bijvoorbeeld bang dat de wolf hun kinderen of huisdieren aanvalt. Maar sinds organisatie BIJ12, de organisatie van de provincies die onder meer schade door wilde dieren compenseert, het aantal wolvenaanvallen op vee bijhoudt, zijn er in Nederland alleen nog maar schapen aangevallen. Tot nu toe zijn er in 2019 55 schapen gedood door wolven afkomstig van Duitse roedels. De in Nederland gevestigde wolven hebben, voor zover bekend, geen vee gedood.

Reeën, edelherten en jonge zwijnen op het menu

Een groot gedeelte van de angst voor de wolf zit ook in deze aanvallen op kleinvee. Toch is het volgens Jansman niet nodig om hier heel bang voor te zijn. Als voorbeeld noemt hij Oost-Duitsland: "Je ziet dat daar relatief weinig landbouwvee wordt aangevallen. De Duitse agrariërs hebben ervaring met de wolf en hebben hun vee al bijna twintig jaar op een wolfvrije manier kunnen beheren."

In Duitsland en Zweden is de door wolven aangebrachte schade laag door het nemen van preventieve maatregelen, blijkt uit het rapport De komst van de wolf (Canis lupus) in Nederland van de Wageningen Universiteit. In die landen wordt het vee onder andere beschermd met speciaal schapengaas, prikkeldraad of waakhonden.

Ook hebben wolven het in principe niet voorzien op landbouwvee. Op het menu van wolven, zoals die op de Veluwe, staan vooral reeën, edelherten en jonge zwijnen, melden de onderzoekers in het rapport.

Wolven die wel een schaap grijpen, zijn vaak op doortocht. "Deze wolven zijn weggelopen bij hun ouderlijke roedel en krijgen op een gegeven moment honger. Dan gaan ze voor fastfood, en schapen zijn makkelijk te pakken én bijna overal aanwezig", zegt Jansman. Zodra de wolf ergens gevestigd is, zullen ze ook niet zo snel naar landbouwvee grijpen.

Jansman pleit ervoor in de wolvendiscussie te kijken naar de statistieken, maar zegt dat emoties niet genegeerd moeten worden. De boer krijgt financiële schade aan zijn of haar vee uitgekeerd, maar "het is geen fijn gezicht om je schapen zo aan te treffen. Hoewel de angst voor wolven niet reëel is, is de emotie dat wel."