De patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) concludeert dat het letsel aan het lichaam van Miranda Zitman niet overeenkomt met het letsel dat een persoon oploopt na een val van de trap. Dat werd maandag duidelijk op een inleidende zitting in de zaak tegen de van moord verdachte Bart van B.

Op de eerste inleidende zitting op 29 juli werd duidelijk dat Van B. tegenover de politie had verklaard Zitman dood onderaan de trap te hebben gevonden in hun woning in Soest.

Dat de man daarop besloot het lichaam in stukken te snijden en vervolgens te begraven in de tuin en te verdelen over koffers en sporttassen, omschreef hij als "fout handelen", maar verantwoordelijk voor haar dood was hij niet, aldus Van B.

De officier van justitie maakte maandag nog maar eens duidelijk niet te geloven in het verhaal van de toenmalig partner van Zitman. Die twijfel wordt nu ondersteund met de bevindingen van de forensisch patholoog, die onderzoek doet naar de doodsoorzaak.

Mogelijk motief is verbreken relatie

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat ervan uit dat Zitman is omgekomen door geweld. Het mogelijke motief zou zijn dat de vrouw de relatie met Van B. wilde verbreken. Zij was ook al op zoek naar een nieuwe woning.

Uit onderzoek is ook gebleken dat de verdachte grote geldbedragen van het slachtoffer heeft overgemaakt naar zijn rekening.

De man meldde in april bij de politie dat hij betrokken was bij de verdwijning van Zitman. De vrouw was al sinds december niet gezien door vrienden en werd op 20 januari als vermist opgegeven.

Van B. heeft sinds zijn aanhouding wisselende verklaringen afgelegd en beroept zich volgens de officier van justitie op "essentiële punten" op zijn zwijgrecht.

Man wordt in november weer gehoord

De verdachte zou hebben laten weten weer bereid zijn verklaringen af te leggen en wordt in november wederom gehoord.

Van B. is inmiddels onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC), maar het eindrapport zal nog twee maanden op zich laten wachten.

Het onderzoek van het OM is in december afgerond. De eerstvolgende inleidende zitting is op 16 januari zijn. Van B. zal tot die tijd vast blijven zitten.