Het verbod op rookruimtes in de horeca wordt vanaf 1 april 2020 gehandhaafd, schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) vrijdag in een Kamerbrief. Rookruimtes op werkplekken moeten voor 2023 verleden tijd zijn. Wetgeving daarvoor wordt onderzocht, aldus Blokhuis.

Aanvankelijk was het kabinet van plan om per juli 2022 de rookruimtes in de horeca te sluiten. Een uitspraak in de rechtszaak van Clean Air Nederland (CAN) tegen de Nederlandse Staat leidde er echter toe dat het verbod naar voren moest worden gehaald.

Volgens de organisatie staat het uitzonderingsbeleid haaks op een overeenkomst van de mondiale gezondheidsorganisatie WHO over het bestrijden van tabaksgebruik, een kaderverdrag waar Nederland zijn handtekening onder heeft gezet.

CAN kreeg gelijk, waarna de Nederlandse Staat naar de Hoge Raad stapte. Ook de hoogste rechter in Nederland besliste vervolgens dat rookruimtes in restaurants, cafés en andere horecagelegenheden per direct verboden zijn.

Blokhuis besloot echter het verbod niet meteen te handhaven "omdat aanpassingen niet op de ene op de andere dag doorgevoerd zijn". In overleg met onder meer de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is de nieuwe datum vastgesteld.

'Langer de tijd om na te denken over aanpak overlast van rokers op straat'

De staatssecretaris schrijft in zijn Kamerbrief dat horecagelegenheden ook langer de tijd hebben om met de gemeenten na te denken over de aanpak van het eventuele overlast van rokers op straat.

Voorzitter Robèr Willemsen van KHN vindt het "zuur" dat de rookruimtes vervroegd dichtgaan, maar is tevreden dat Blokhuis horecagelegenheden tot 1 april 2020 de tijd geeft om een oplossing te zoeken. Dat kost volgens de organisatie "veel tijd en geld".

Een overtreding van het verbod levert een boete op van 600 euro. Als NVWA-inspecteurs meermaals een horecagelegenheid betrappen op het negeren van het verbod, dan riskeert die gelegenheid een boete die kan oplopen tot 4.500 euro, schrijft De Telegraaf.