Heineken-ontvoerder Jan Boellaard bekent in zijn nog uit te brengen boek Wij willen gangster worden een reeks misdrijven, zoals een schietpartij en overvallen in de jaren zeventig, die vóór de ontvoering van Freddy Heineken in 1983 heeft plaatsgevonden.

Boellaard beschrijft hoe hij in 1966 vrienden werd met Cor van Hout en Frans Meijer en hoe ze hun eerste overval in 1974 uitvoeren, als Van Hout slechts zestien jaar oud is.

De man schetst dat de criminele groep Epancratius, waar uiteindelijk ook Willem Holleeder tot toetrad, verantwoordelijk is voor meerdere onopgeloste overvallen op onder meer geldtransporten en banken. Hiertoe behoort dan ook de overval op het Girokantoor in Amsterdam in 1976, waarbij een speedboot werd ingezet als vluchtvoertuig.

Volgens De Telegraaf geeft Boellaard ook toe dat de groep betrokken was bij het schietincident in oktober 1977, waarbij agenten met automatische wapens werden beschoten toen ze een auto wilden laten stoppen. Agent Paul van Hove raakte destijds gewond.

Boellaard, Van Hout en Holleeder werden destijds al in verband gebracht met de misdaden, maar werden nooit officieel verdacht wegens gebrek aan bewijs. Inmiddels zijn de misdaden verjaard en kunnen ze er niet voor worden vervolgd.

Ook in het proces tegen Holleeder kwamen de overvallen voorbij en gaf Holleeder toe overvallen te hebben gepleegd met Van Hout zonder in details te treden.