De boerenprotesten begonnen woensdag op een uitzonderlijke plek: in De Bilt, nabij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat deden ze omdat de wetenschap die aan de stikstofmaatregelen ten grondslag ligt, niet zou deugen. Daarom moeten de stikstofmaatregelen volgens de boeren worden herzien.

Zo sprak actiegroep Farmers Defence Front van "schimmige en niet-openbare methodes" en heeft Agractie een lijst met kritiekpunten, waaronder vermeend gebruik van een "wetenschappelijk niet-toegestane methode".

Belangenorganisatie Mesdag Zuivelfonds heeft zelfs aangekondigd een rechtszaak te beginnen tegen het RIVM, omdat het instituut geen openheid zou willen geven over het gebruikte stikstofmodel.

Ook enkele politieke partijen hebben kritiek op het RIVM geuit: CDA, VVD en SGP spreken hun twijfels uit over de betrouwbaarheid van stikstofmetingen. CDA-Kamerlid Jaco Geurts twijfelde in het AD niet alleen aan het rekenmodel, maar zei ook dat er geen openheid zou worden gegeven over de metingen.

Stikstofmetingen en methoden zijn wél openbaar

In een reactie aan NU.nl zegt een woordvoerder van het RIVM daar met name moeite mee te hebben: het instituut zou juist altijd zo transparant mogelijk te werk gaan. Alle metingen zijn publiek toegankelijk, net als de informatie over het rekenmodel.

De enige uitzondering zijn de "ruwe data", omdat eerst beoordeeld moet worden of er door storingen meetfouten zijn ontstaan. Dit om te voorkomen dat er onjuiste informatie verspreid zou worden, aldus het RIVM.

In een interview met de Volkskrant zegt ook stikstofexpert Jan Willem Erisman van het landbouwonderzoekscentrum Louis Bolk Instituut dat de RIVM-metingen en -methoden wel degelijk openbaar zijn. En als de berekeningen van het gebruikte model onjuist zijn, zou dat volgens Erisman om enkele procenten gaan, niet het grote plaatje.

Twee betwiste meetstations bij boerenbedrijven zijn slechts een back-up

Agractie heeft nog meer kritiek op het RIVM. Zo zouden er maar zes meetstations worden gebruikt, waarvan twee vlak bij een kippenbedrijf en een varkenshouderij. Die metingen zouden daarom te hoog uitpakken en niet representatief zijn. Ook stelt Agractie enerzijds dat niet kan worden aangetoond dat stikstofverbindingen lange afstanden door de lucht kunnen afleggen, en anderzijds dat juist niet kan worden aangetoond dat de stikstofverbindingen neerslaan op de grond, in natuurgebieden.

Het RIVM zegt dat de twee betwiste meetstations niet worden gebruikt voor het bepalen van de stikstofdepositie. Maar belangrijker is dat de meetstations alleen functioneren als een back-up voor de berekeningen die door een model gemaakt worden.

Juist omdat er in het dichtbevolkte Nederland zo veel stikstofbronnen bestaan, kijkt het RIVM naar de hoeveelheid wegverkeer, industriële verbranding en landbouwactiviteit. Die uitstootgegevens worden door een luchtkwaliteitsmodel omgezet naar concentraties en stikstofneerslag.

De metingen worden alleen gebruikt om te controleren of het stikstofmodel op een bepaalde plek inderdaad een kloppende berekening heeft gemaakt. Blijkt er een afwijking te zijn, dan wordt het model hierop gecorrigeerd.

Daarnaast zijn het niet slechts zes meetpunten, maar veel meer. Naast de zes ammoniakmeetpunten in bewoond gebied wordt het model ook nog getoetst met 45 meetpunten voor stikstofoxiden. Verder zijn er acht meetstations waarmee de neerslag van stikstof via regen vergeleken kan worden met de modelberekeningen, en vier meetplekken voor zogeheten 'droge depositie' in planten en bodems. Daarnaast meet het RIVM in ruim tachtig natuurgebieden de luchtconcentratie van ammoniak.

Over de verplaatsing van stikstof door de lucht is het RIVM vrij kort: Ammoniak kan bijvoorbeeld na het uitrijden van mest enkele uren in de lucht blijven. Hoe ver het zich dan verplaatst voor het op de grond neerslaat, hangt van de wind af: maximaal enkele tientallen kilometers. Andere stikstofverbindingen kunnen wel grotere afstanden afleggen.

Stikstofoverbemesting leidt in natuurgebieden tot verdringing

Naast alle kritiek op het RIVM betwist Agractie überhaupt dat stikstof schadelijk is voor de Nederlandse natuur. In mei oordeelde de Raad van State echter dat het Nederlandse stikstofbeleid in strijd is met Europese wetgeving en te grote schade voor de natuur oplevert.

Wat is dan het probleem voor de natuur? Dat komt voort uit twee effecten. Ten eerste de overbemesting met de stikstof zelf. Op zich is stikstof een belangrijke voedingsstof die veel planten juist nodig hebben. Maar als er te veel van in de bodem zit, kunnen bepaalde snelgroeiende soorten, zoals gras en brandnetel, een grotere diversiteit van andere planten verdringen.

Dat gaat in graslanden bijvoorbeeld ten koste van natuurlijke bloeiende kruiden, die weer van belang zijn voor bestuivende insecten en weidevogels. Het andere probleem is verzuring van de bodem. Hierdoor ontstaan in natuurgebieden juist tekorten van andere mineralen, zoals calcium en magnesium, die de zuurgraad moeten bufferen.

Bloeiende graslanden verdwenen, Veluwe verliest veel vogels

Heeft alle natuur evenveel last van stikstofvervuiling? Nee, het gaat vooral om natuurgebieden die door een voedselarme bodem een eigen biodiversiteit hebben, die door bemesting verdrongen wordt door algemenere soorten. Dat zijn van nature de zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland, en daarnaast de (hoog)veengebieden. Voedselarme bloeiende graslanden die vroeger veel voorkwamen, zijn door overbemesting zelfs bijna volledig uit Nederland verdwenen.

Die problemen van overbemesting, verzuring en verdroging vallen samen op onder andere de Veluwe, zo vertellen twaalf ecologen in Vrij Nederland. Een derde van de eiken is er inmiddels dood en veel vogelsoorten zijn er verdwenen omdat er niet meer genoeg calcium en magnesium in de grond zit om nog harde eierschalen te produceren. Mezenjongen worden door de mineralenverstoringen op de Veluwe zelfs met zulke zachte botten geboren dat ze al in het nest hun pootjes breken. De oorzaak, zo zeggen ecologen: stikstof, voornamelijk uit de intensieve landbouw.