Klokkenluider Marianne van Ooyen en twee vertrouwenspersonen van het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn maandenlang afgeluisterd door de Rijksrecherche, meldt NRC op basis van bronnen.

In een interview in de krant spreekt de klokkenluider haar verontwaardiging uit over de afluisteractie. "Ik had er nooit bij stilgestaan dat ze zo ver zouden gaan", zegt ze tegenover NRC. "Dat ze mij zouden afluisteren. Dat is een enorme inbreuk op mijn privacy en voelt heel onveilig."

Van Ooyen, onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid, trok in 2013 intern aan de bel vanwege misstanden op het ministerie. De wetenschapper beklaagde zich over ambtenaren die het WODC onder druk zetten om kritische noten uit een onderzoek naar het drugsbeleid van toenmalig justitieminister Ivo Opstelten aan te passen.

Strafrechtelijk onderzoek naar lekken

In 2017 lekte de klacht van Van Ooyen aan een vertrouwenspersoon over de bemoeienis uit via Nieuwsuur. Vervolgens stelde het ministerie van Justitie en Veiligheid een onderzoek in naar de uitgelekte informatie.

Daaruit bleek dat het ministerie fout zat en te ver is gegaan. De huidige minister Ferd Grapperhaus prees klokkenluider Van Ooyen, maar het ministerie van Justitie en Veiligheid deed tegelijkertijd ook aangifte tegen WODC-medewerkers die mogelijk gelekt zouden hebben.

Bronnen melden nu aan NRC dat zowel Van Ooyen als twee vertrouwenspersonen die toentertijd actief waren op het ministerie maandenlang zijn afgeluisterd en gehoord door de Rijksrecherche.

"Moet je nagaan. Op het moment dat de minister mij rehabiliteerde, werd ik afgeluisterd. Daarvoor en daarna ook", zegt Van Ooyen tegen de krant.

Ook zegt een van de vertrouwenspersonen verbaasd te zijn dat zij betrokken zijn geraakt bij dit onderzoek "in plaats van de aandacht te richten op hen die verantwoordelijk zijn voor de integriteitsproblematiek op het WODC".

De Rijksrecherche wil tegenover NU.nl niet reageren op de kwestie.