Drie getuigen hebben dinsdag in de rechtbank in Den Haag verklaard dat zij in 1994 geld hebben gekregen om vals te verklaren tegen een aantal mannen die in 1995 in Nigeria ter dood zijn veroordeeld. Shell was volgens hen bij deze omkoping betrokken.

Op de vraag hoe twee van de getuigen, die op last van de rechtbank anoniem moesten blijven, wisten dat het geld van Shell afkomstig was, was vooral op basis van eigen overtuiging het antwoord.

Het geld kregen ze namelijk van een tussenpersoon. Eén getuige vertelde dat hem ook een baan werd aangeboden. Twee personen reden na het maken van deze belofte weg in een auto met op de achterruit een sticker van Shell. Wie de mannen waren, weet hij echter niet.

Een derde getuige was een stuk concreter. Hij zegt samen met anderen een valse verklaring te hebben afgelegd en dat dit gebeurde in het bijzijn van een man die zich voorstelde als werknemer van Shell.

Het geld dat ze kregen in ruil voor hun getuigenis werd overhandigd met de boodschap: "Dit is geld van Shell."

Rechtszaak beschouwd als schijnproces

In 1995 stonden in totaal vijftien mannen terecht voor een speciaal tribunaal voor het aanzetten van de moord op vier leiders van het Ogoni-volk, een etnische groep in Nigeria. Negen van hen werden ter dood veroordeeld. Zij staan bekend als de 'Ogoni Negen'.

De rechtszaak zou een schijnproces zijn geweest en vooral als waarschuwing hebben gediend tegen het Ogoni-volk. Zij waren in 1992 in opstand gekomen, omdat de oliewinning door Shell in hun leefgebied in de Nigerdelta tot enorme vervuiling leidde.

Vier weduwen klaagden Shell in 2017 aan voor medeplichtigheid aan de dood van de mannen.

Weduwen kregen bewijsopdracht

De rechtbank stelde eerder in een tussenvonnis vast dat de oliemaatschappij in 1995 koos voor stille diplomatie en niet verplicht kon worden meer te doen dan wat het bedrijf destijds heeft gedaan: aandringen op een eerlijk proces, hun zorg na het vonnis duidelijk te maken aan het Nigeriaanse staatshoofd en een verzoek tot clementie.

Voor de beschuldiging dat SPDC, onderdeel van Shell, getuigen heeft omgekocht om tegen de mannen te verklaren, kregen de weduwen een zogenoemde bewijsopdracht. Vandaar dat er dinsdag en woensdag getuigen worden gehoord.

Man moest onder dwang verklaring uitbreiden

Een van de getuigen verklaarde op een politiebureau een verklaring te hebben opgeschreven, waar hij onder dwang van geweld een passage aan moest toevoegen.

Die passage ging erover dat Ken Saro-Wiwa, een van de leiders van de opstand tegen de oliewinning, had opgeroepen om "af te rekenen met de gieren", dat zou hebben geleid tot de dood van de vier Ogoni-leiders.

Saro-Wiwa is een van de mannen die in 1995 ter dood is veroordeeld.

Getuige zegt te zijn getraind in aanloop naar proces

Ook de derde getuige maakte duidelijk dat hij meewerkte "uit angst. Het was geen tijd waarin je dit soort dingen kon weigeren."

De man vertelde in aanloop naar het proces te zijn getraind in wat hij moest zeggen en vlak voor aanvang van de rechtszaak wederom geld te hebben ontvangen. Dit kwam uit een koffer van een man die zei advocaat van Shell te zijn.

De getuige kon zich echter geen namen herinneren wat bevestiging van zijn uitspraken door de rechtbank lastig maakt.

Overigens heeft hij nooit voor het tribunaal zelf gesproken omdat hij wist dat zijn verklaring een leugen was. Daarom vluchtte hij.

Shell verwerpt alle beschuldigingen

Shell laat in een verklaring weten dat "de tragische gebeurtenissen van 1995 hen diep hebben geraakt, maar we hebben de beschuldigingen in deze zaak altijd in de sterkst mogelijke bewoordingen verworpen".

"Wij geloven dat het bewijsmateriaal duidelijk aantoont dat Shell niet verantwoordelijk is voor deze droevige gebeurtenissen en zijn blij dat de rechtbank, na bestudering van het uitgebreide bewijsmateriaal, geen enkele grond heeft gevonden voor het merendeel van de verwijten aan Shell. En zo zijn er ook geen gronden voor de aantijgingen die vandaag aan de orde zijn.”