De Nederlandse Staat is aansprakelijk voor het geweld van het leger in Nederlands-Indië en kan zich niet beroepen op verjaring, zo stelt het gerechtshof in Den Haag dinsdag. Vijf mannen en vrouwen krijgen hiermee hun gelijk in hun zaak tegen de Staat, die zij hebben aangespannen omdat hun vaders in 1947 zijn geëxecuteerd tijdens 'zuiveringsacties' op Zuid-Sulawesi.

"Nederlandse militairen hebben Indonesische mannen zonder vorm van proces ('standrechtelijk') geëxecuteerd en ook tijdens ondervraging van Indonesische gevangenen is veelvuldig geweld gebruikt", zo stelt het hof.

De kinderen van de mannen hebben om een schadevergoeding gevraagd, waar de Staat tegen in het verweer kwam met de stelling dat de feiten verjaard zouden zijn. "Het gerechtshof is van oordeel dat vooral de buitengewone ernst en de grote mate van verwijtbaarheid van het gebruikte geweld aan het beroep op verjaring in de weg staan."

De zaak wordt nu eerst nog terugverwezen naar de rechtbank, omdat eerst moet worden bevestigd dat de eisers inderdaad een kind zijn van de geëxecuteerde mannen. "Mocht dat het geval zijn, dan kunnen zij aanspraak maken op een vergoeding van kosten van levensonderhoud."

Ook een zesde eiser, die gemarteld is na gevangenneming door Nederlandse militairen, krijgt smartengeld toegewezen.