Onderwijsbonden roepen leraren op om op 6 november te gaan staken. Zij willen hiermee aandacht vragen voor de werkdruk in het onderwijs, het aanhoudende lerarentekort en de te lage salarissen. De oproep komt een dag nadat in Amsterdam-Zuidoost een basisschool besloot de deuren te sluiten vanwege het lerarentekort.

Volgens onderwijsvakbond AOb staat de sluiting in Amsterdam niet op zichzelf. Dagelijks worden er klassen naar huis gestuurd, omdat er geen leraren beschikbaar zijn. "We hebben echt veel meer collega's nodig. En om dat te bereiken moet het werk weer aantrekkelijk worden", zegt de bond in een persbericht.

De bonden hebben voor 6 november gekozen, omdat dan de onderwijsbegroting wordt behandeld in de Tweede Kamer.

Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob denkt echter dat de sluiting in Amsterdam niet is veroorzaakt door het lerarentekort. Hij zei vrijdagochtend dat de school geen bestaansrecht meer had.

School zit al drie jaar onder opheffingsnorm

De 16e Montessorischool zat volgens het ministerie al drie jaar onder de opheffingsnorm van minimaal 195 leerlingen. Ook maakte de Onderwijsinspectie in juli 2019 bekend dat de school in Amsterdam-Zuidoost een onvoldoende als beoordeling kreeg. Dat was niet de eerste keer dat de school slecht werd beoordeeld.

Wel schreef de toezichthouder in zijn recentste beoordeling dat de school inderdaad te kampen heeft met een lerarentekort en dat dit tekort in Amsterdam-Zuidoost nog groter is dan elders in de hoofdstad.

Meer scholen gaan omvallen

Volgens vakbond AOb was het lerarentekort wel degelijk een voorname oorzaak van de sluiting in Amsterdam. De bond verwacht dat binnen afzienbare tijd nog meer scholen de deuren moeten sluiten door het aanhoudende lerarentekort.

"Vorig jaar was er de basisschool in Zaandam (De Spiegel, red.) die van vijf naar vier dagen ging vanwege het lerarentekort. Maar in de tussentijd heeft de politiek niets gedaan om dit probleem aan te pakken", meldt een woordvoerder van de vakbond.

Sector wil 423,5 miljoen euro

In juli vroeg de onderwijssector om een bedrag van 423,5 miljoen euro om de ergste problemen in het onderwijs op te lossen. "We hadden gehoopt dat op Prinsjesdag bekend zou worden dat meer geld naar onderwijs ging. Maar het bleef bij beloftes."

Premier Mark Rutte zei tijdens de Algemene Beschouwingen, die volgden op Prinsjesdag, extra geld vrij te maken voor onderwijs. Een bedrag werd daarbij niet genoemd. Wel stelde de premier de voorwaarde dat werkgevers en werknemers in het onderwijs eerst een cao afsluiten.