Nederlandse huishoudens en huurders in het bijzonder zijn steeds minder tevreden met hun huis. In 2009 waren nog zo'n acht op de tien huurders positief over hun woning, vorig jaar gold dat nog voor zeven op de tien huurders, schrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

Onder huiseigenaren klinkt ook iets meer gemor. Sinds in 2006 ruim 97 procent van hen aangaf erg tevreden te zijn met hun huis, slonk die groep door de jaren met 4 procentpunten. In 2018 was namelijk 93 procent van de huiseigenaren tevreden.

Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat huurders vooral minder positief zijn over de tuinen en balkons. Ook het onderhoud van de woning en met name de inrichting ervan zijn van invloed op het woongenot.

Binnen de groep middelgrote en grote gemeenten, met ten minste 100.000 inwoners, zijn huizenbezitters in Rotterdam het minst positief. 'Slechts' 87 procent van hen zou tevreden zijn over hun woning. Den Bosch en Ede behaalden met 97 procent de beste score.

Den Haag scoort onder huurders relatief minder goed dan andere gemeenten. In de hoofdstad van Zuid-Holland is 'maar' 62 procent van de huurders tevreden met hun plek. Amersfoort, Alphen aan den Rijn en opnieuw Ede deden het beter met scores van tegen de 80 procent.

CBS houdt om de drie jaar een enquête onder tienduizenden Nederlanders om hun tevredenheid te peilen. Dit jaar namen meer dan 68.000 mensen deel.

Momenteel hebben 4,5 miljoen huishoudens een koopwoning, zitten 2,1 miljoen Nederlanders in een sociale huurwoning en huren 910.000 mensen bij een particuliere organisatie.