Het Openbaar Ministerie (OM) heeft Robert Oey, de partner van burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, officieel aangemerkt als verdachte vanwege het hebben van een wapen.

Een woordvoerder van het OM Noord-Holland heeft een bericht hierover in De Telegraaf aan NU.nl bevestigd.

Oey stelde zaterdag in een interview in NRC dat het 'nepwapen' waarmee de vijftienjarige zoon van hem en Halsema in augustus op een vervallen woonboot werd aangetroffen, van hem was. Het zou gaan om een revolver die niet meer kan worden afgeschoten en gebruikt werd op filmsets.

Het wapen lag tien dagen in de ambtswoning van Halsema voordat de zoon ermee werd opgepakt. Halsema was hier niet van op de hoogte, stelde Oey in het interview.

OM hield verhoor Oey eerder door interview in NRC

Het onderzoek naar de aanhouding van de tienerzoon loopt bij het OM Noord-Holland en niet bij het Openbaar Ministerie Amsterdam omdat Halsema elke schijn van belangenverstrengeling wil voorkomen. Als burgemeester heeft zij regelmatig overleg met de top van het OM Amsterdam.

Oey zou in eerste instantie deze week pas worden verhoord, maar het interview dat hij in NRC gaf, heeft de zaak bespoedigd. "Wij hoorden eind vorige week echter dat hij een interview had gegeven aan de NRC en hebben toen het verhoor naar voren gehaald (vóór publicatie van het interview)", meldt het OM in een korte verklaring. "De heer Oey is daarom afgelopen vrijdag als verdachte gehoord."

Revolver wordt onderworpen aan ballistisch onderzoek

De woordvoerder van het OM bevestigt dat de revolver wordt onderworpen aan een ballistisch onderzoek. Dit betekent dat wordt gekeken of het wapen is gebruikt. Ook wordt gekeken op welke filmset de revolver zou zijn gebruikt.

De aanhouding van de zoon van Halsema en Oey kwam aan het licht toen De Telegraaf de zaak naar buiten bracht. Halsema was er naar eigen zeggen nog niet mee naar buiten getreden omdat zij het onderzoek van het OM wilde afwachten. De burgemeester haalde in een open brief uit naar de krant omdat haar zoon aan de schandpaal zou zijn genageld over een "privékwestie".

"Bij vergelijkbare zaken van een jongen van vijftien jaar zouden diens gegevens nooit openbaar zijn gemaakt. Van mijn zoon weet iedereen na vandaag wat hij heeft gedaan - vriendjes, leraren en familie - voordat er een rechterlijk oordeel is geveld", schreef zij in de brief.