Het is voor sommigen het hoogtepunt van Prinsjesdag: de 'hoedjesparade'. De traditie houdt de gemoederen op het Binnenhof ieder jaar weer bezig. Met welke etiquette en trends moeten de hoedendragers rekening houden?

Erica Terpstra moet desgevraagd even nadenken welk hoedje zij droeg op 20 september 1977. Dit was de Prinsjesdag waarop de goedlachse oud-politica geschiedenis schreef als eerste vrouwelijke parlementariër die met een hoed op de troonrede van toenmalig koningin Juliana aanhoorde.

"Het was een gezellige, zwarte hoed met een brede rand", herinnert zij zich. "Ik had in Leiden gestudeerd; daar was het gebruikelijk om naar een feestelijke gelegenheid een hoed te dragen. Het voelde heel merkwaardig om in mijn gewone kloffie naar de opening van het parlementaire jaar te gaan. Want dat is toch hét feest van de democratie. Het voelde ook zo onhoffelijk tegenover de koningin."

De voormalige zwemkampioen had niet verwacht zoveel los te maken en zelfs een traditie te ontketenen die inmiddels al ruim vier decennia standhoudt.

'Je moet met hoedje geen statement willen maken'

"Het is natuurlijk heel leuk dat het initiatief zo aansloeg", erkent Terpstra niet zonder trots. "Het is een heel raar besef dat de hoedenparade nu een bijna onmisbaar onderdeel is van de prinsjesdagtraditie. Het valt mij op dat zelfs steeds meer mensen langs de route hoeden gaan dragen."

Het voormalig VVD-Kamerlid vindt het alleen minder chic dat sommige collega's hun hoofddeksel gebruiken om een politiek statement te maken. "Het is natuurlijk niet aan mij om te bepalen wat de norm is. Maar Prinsjesdag is wat mij betreft geen moment om een statement te maken; het is een moment om je mooi uit te dossen vanwege de democratie."

'Stop met hoedje, mannen hebben ook geen pakje aan'

Dat beaamt etiquette-expert Reinildis van Ditzhuyzen. "Het is een beetje flauw, zelfs egoïstisch om met een enorme hoed met een boodschap de aandacht naar je toe te trekken", waarschuwt ze de parlementariërs. "Nog los van het feit dat een te grote hoed andere gasten in de Ridderzaal het zicht ernstig kan belemmeren."

Maar verder vindt ze het een geweldige traditie. "Prinsjesdag is een belangrijk jaarlijks ijkpunt voor onze democratie, dan mogen aanwezigen best uitpakken met een hoed. Maar laten we vooral eens stoppen met het gebruiken van de term 'hoedje'; daarmee wordt zo'n mooi accessoire omlaag gehaald. Je zegt ook niet dat de mannen van die leuke broekjes of pakjes aanhadden."

Het is overigens goed dat de troonrede overdag wordt voorgelezen; volgens de etiquette draagt men na 18.00 uur geen hoeden meer. "Aan tafel of bij bezoek aan een avondfeest of theatervoorstelling is een hoed not done", beklemtoont Van Ditzhuyzen. "Het is van belang dat dat onderscheid wordt gerespecteerd. Net zoals mannen overdag een jacquet horen te dragen en 's avonds een smoking of een rok."

'Jongeren dragen massaal en zonder gene hoeden'

Ook buiten Prinsjesdag om zijn hoeden sowieso weer helemaal terug, merkt ontwerper Marly Vroemen van Bronté, in Nederland een van de grootste spelers op hoedengebied. Vroemen mag onder anderen koningin Máxima tot haar klanten rekenen en helpt ook veel parlementariërs met het kiezen van een hoofddeksel voor Prinsjesdag. "De generatie tussen de twintig en veertig heeft de hoed helemaal herontdekt", stelt de ontwerper. "Kijk maar eens om je heen als je door Amsterdam fietst: twintigers en dertigers dragen zonder enige gene en naar hartenlust fedora's, borsalino's en visserspetten."

Zestigers en zeventigers associëren hoeden vooral met hun ouders, merkt Vroemen. "Maar dat is voor de nieuwe generatie heel anders; zij zien hoeden vooral als een teken om hun individualisme uit te drukken. Als je het leuk vindt om een hoed te dragen, dan dóe je dat gewoon."

Ook klimaatverandering draagt bij aan de populariteit van hoofddeksels, zegt Vroemen. "Het dragen van een hoed heeft zeker in de zomer ook een praktische reden, namelijk bescherming tegen de zon, UV-licht en andere schadelijke stralingen."

De trends dit jaar: fedora met twist en 'Pillbox hats'

Bronté houdt nauwgezet bij welke vrouwelijke politicus welk hoedje heeft aangeschaft voor Prinsjesdag. "Je kan dubbelingen nooit helemaal voorkomen, als iemand bijvoorbeeld een hoed koopt in een van onze buitenlandse winkels", legt de ontwerper uit. "Maar in ons filiaal in Amsterdam verkopen we nooit meer dan één exemplaar van elke soort, om mogelijke gênante situaties in de Ridderzaal te voorkomen."

Vroemen gaat niet verklappen welke politici dinsdag de show gaan stelen. Maar de trends dit jaar zijn de "fedora met een kwinkslag" en de zogenoemde 'pillbox hat', een hoed zonder rand die groot is geworden dankzij Jackie Kennedy. Vroemen is, net als Terpstra en Van Ditzhuyzen, wars van politici die de Prinsjesdag aangrijpen om met een "carnavalsuiting" op hun hoofd te verschijnen.

"Daar doe je niemand een plezier mee, óók jezelf niet", waarschuwt zij. "De boodschap komt maar zelden over. En wat vooral aan je blijft kleven, is de herinnering dat je op die bijzondere dag toch een beetje voor schut liep met je rare hoedje."