De uitspraak van het gerechtshof in Den Haag waardoor de Nederlandse Staat verplicht is de uitstoot van broeikasgassen sneller te verminderen, kan volgens de advocaat-generaal en de procureur-generaal in stand blijven.

Het hof ging mee in de eisen van de stichting Urgenda vanwege de plicht van de Staat om het leven van burgers te beschermen: "Die verplichtingen zijn verankerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens."

De Staat betwist dat zo'n recht, dat specifiek omschrijft dat de uitstoot van broeikasgassen moet worden teruggedrongen, bestaat en ging in cassatie.

In het onafhankelijke advies wordt vrijdag gesteld dat "de rechter kan bepalen hoe ver de mensenrechtelijke verplichtingen van de Staat reiken". Daarmee zou het oordeel van het hof dus kunnen blijven staan.

De Hoge Raad hoeft het advies niet te volgen, maar doet dit vaak wel. Op 20 december wordt een definitief oordeel geveld.

Klimaatzaak speelt al sinds 2015

Duurzaamheidsorganisatie Urgenda stapte in 2015 met negenhonderd andere eisers naar de rechter. De organisatie vindt dat de overheid de urgentie van het klimaatprobleem wel erkent, maar dat er te weinig maatregelen worden genomen om klimaatverandering te voorkomen.

Daarmee zou de overheid haar zorgplicht voor burgers 'vergeten', omdat klimaatverandering een reële dreiging is waartegen burgers beschermd moeten worden, zo oordeelde de rechtbank.

Daarom werd de Nederlandse Staat veroordeeld tot het aanpakken van broeikasgassen, die in 2020 met 25 procent verlaagd moeten zijn ten opzichte van 1990. Die uitspraak wordt als een historische uitspraak gezien.