Een voormalige arts is woensdag door de rechtbank in Den Haag ontslagen van alle rechtsvervolging voor het uitvoeren van euthanasie in 2016, omdat zij aan alle eisen van zorgvuldigheid heeft voldaan. Dit betekent dat de vrouw niet gestraft kan worden voor wat zij heeft gedaan.

Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgde Catharina A., omdat zij in 2016 een dodelijk middel toediende aan een dementerende oudere. Dit zou in de ogen van justitie onzorgvuldig zijn gebeurd en werd gekwalificeerd als moord.

Volgens het OM was de vrouw ondanks haar dementie nog steeds in staat te communiceren en had de arts met haar in gesprek moeten gaan om alle twijfel over haar doodswens weg te nemen. Er werd geen straf geëist en een schuldigverklaring zou afdoende zijn.

De rechtbank oordeelde dat deze extra eis van het OM niet bestaat binnen de wet. De actuele stervenswens was niet te verifiëren, omdat de vrouw "diep dement" was.

Arts heeft juist gehandeld bij vrouw die diep dement was

De rechtbank moest de belangrijke vraag beantwoorden hoe er moest worden omgegaan met de zwaar demente patiënte, die in wilsbekwame toestand had laten weten dat zij vrijwillig wilde sterven.

"Dat moet op basis van eigen beoordeling, het lezen van het medisch dossier, de beoordeling van de situatie van de patiënt en overleg met artsen en de familie", aldus de rechter. Eisen waar deze arts volgens de rechter aan heeft voldaan.

"Er was dan ook geen sprake van moord", verduidelijkte de rechtbank. Omdat de vrouw zorgvuldig heeft gehandeld, wordt zij ontslagen van rechtsvervolging. Dat is iets anders dan vrijspraak. Het gaat om vrijspraak als een strafbaar feit niet bewezen kan worden. In dit geval was er geen sprake van een strafbare handeling.

Actieve levensbeëindiging door een arts is strafbaar, maar er wordt niet tot vervolging overgegaan als aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan. Dit wordt getoetst door een commissie. Die oordeelde eerder dat niet aan alle eisen was voldaan.

Commissie constateerde probleem met wilsverklaring

Het probleem zat volgens de commissie in de twee wilsverklaringen die de vrouw voor haar dood heeft laten opstellen. Er was dementie geconstateerd en de patiënte wilde niet worden opgenomen in een verpleeghuis.

Ze wilde in eerste instantie zelf voor euthanasie kunnen kiezen zolang ze nog helder van geest was. Later paste ze dit aan naar "wanneer ik daar zelf de tijd rijp voor acht". Ze sloot haar wilsverklaring af met de woorden "dat op mijn verzoek euthanasie zal worden toegepast".

De vrouw zei in het jaar voor haar dood nog steeds achter de euthanasie te staan, maar nog niet dood te willen. Uiteindelijk werd de vrouw opgenomen in een verpleeghuis en werd ze wilsonbekwaam verklaard.

Volgens de commissie kon zonder mondelinge bevestiging niet ondubbelzinnig worden vastgesteld dat de vrouw dood wilde. Dit oordeel werd voorgelegd aan het OM dat overging tot vervolging.

Familie vrouw vroeg om levensbeëindiging

Het was uiteindelijk de familie die het verzoek tot euthanasie indiende bij de arts, die werkzaam was in het verpleeghuis waar de vrouw was ondergebracht.

De arts vroeg twee onafhankelijke collega's naar hun oordeel over de patiënt. Ook zij oordeelden dat het euthanasieverzoek aan alle wettelijke eisen voldeed.

Het OM overweegt in hoger beroep te gaan.